<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:213</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T16:33:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201900419</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:213">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:213</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-15T16:33:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:213 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-04-2019 / AUA201900419</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:213:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Arbeid. Ontbinding. Dringende reden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:213:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 2 april 2019</para>
    <para>E.J. nr. AUA201900419</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de coöperatieve vereniging</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">PLAYA LINDA BEACH RESORT</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>verzoekster, hierna ook te noemen: Playa Linda,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[werknemer 3]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>verweerder, hierna ook te noemen: [werknemer 3],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 11 februari 2019;</para>
      <para>- de brief van Playa Linda met producties, ingediend op 1 maart 2019</para>
      <para>- het verweerschrift met producties, ingediend op 7 maart 2019;</para>
      <para>- de pleitaantekeningen van Playa Linda;</para>
      <para>- de behandeling ter zitting van 7 maart 2019, waarbij zijn verschenen Playa Linda bijgestaan door haar gemachtigde, alsmede mw. [human resources] (human resources manager) en [werknemer 3] in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vervolgens is de datum voor de beschikking nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Playa Linda exploiteert een timeshare resort te Palm Beach. Playa Linda is gelegen aan het strand en ten noorden van Hyatt Regency Aruba (hierna: Hyatt).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>werknemer 3] is sinds 1 augustus 2017 bij Playa Linda in dienst laatstelijk in de functie van <emphasis role="italic">beach surveillance</emphasis>.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 17 november 2018 is bij Playa Linda een anonieme tip binnengekomen dat aan Hyatt toebehorende strandstoelen door medewerkers van Playa Linda werden gestolen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 24 januari 2019 heeft Playa Linda een verslag gemaakt van het gesprek tussen de human resources manager, de gemachtigde van Playa Linda en [werknemer 3] over het incident dat zich in november 2018 heeft voorgedaan. In deze brief staat, voor zover hier van belang:</para>
        <para> “<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mi sa cu nos a hasi malo, pero e la pasa e la pasa. Polis a bisa nos cu nos a horta 71 stoel, pero esey si nos no a hasi. Ta 9 stoel so nos a coi.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nos a haya in totaal 350 cada un (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Di un banda loke nos a hasi ta ladronicia y e otro bianda no. Nos no mester a coi nan, paso nan no ta di nos. Di e otro banda nan ta riba beach publico y nan no tawata na candal. Pero con cu bai bin, e ta keda ladronicia</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Playa Linda verzoekt het gerecht de arbeidsovereenkomst tussen partijen op zo kortst mogelijk termijn te ontbinden, met veroordeling van [werknemer 3] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Playa Linda grondt haar verzoek primair op een dringende reden en subsidiair op verandering in de omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>werknemer 3] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering dan wel toekenning van een ontbindingsvergoeding, met veroordeling van Playa Linda in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Aan de orde is in de eerste plaats de vraag of sprake is van een gewichtige reden, bestaande uit omstandigheden die een dringende reden opleveren die met zich meebrengen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen dadelijk of op korte termijn behoort te eindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 7A:1615w BW is de werkgever bevoegd wegens een dringende reden de rechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Op grond van artikel 7A:1615o lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen in de zin van lid 2 van artikel 7A:1615w BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Of dat het geval is, hangt af van de omstandigheden van het geval. De aard van de arbeidsovereenkomst, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer zijn werkzaamheden heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem hebben, spelen daarbij een rol (HR 22 februari 2002, NJ 2003, 174). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Een dringende reden zal aanwezig geacht kunnen worden wanneer de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, of bedrog of andere misdrijven waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het gerecht is van oordeel dat [werknemer 3] een dringende reden aan Playa Linda heeft gegeven die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5 [</nr>
      <para>werknemer 3] heeft erkend dat hij samen met zijn collega’s de strandstoelen van Hyatt heeft gestolen. Daarmee is de dringende reden voor Playa Linda immers gegeven. Zij hoeft immers niet te dulden dat haar werknemers zich schuldig maken aan diefstal van zaken die aan haar, dan wel aan andere hotels, toebehoren. Het beroep van [werknemer 3] op zijn persoonlijke omstandigheden faalt. Het gaat erom dat door het gedrag van [werknemer 3] het vertrouwen van Playa Linda in hem is weggevallen. Dit is geheel aan hemzelf te wijten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat het verzoek toewijsbaar is. Het gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbinden met ingang van 3 april 2019. Voor een vergoeding is ingevolge artikel 7A:1615w BW geen plaats nu sprake is van een dringende reden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7 [</nr>
      <para>werknemer 3] wordt, nu hij in het ongelijk is gesteld, in de proceskosten veroordeeld.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">5. </emphasis>
        <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerecht:</para>
      <para />
      <para>- ontbindt de tussen partijen bestaande overeenkomst met ingang van 3 april 2019;</para>
      <para />
      <para>- veroordeelt [werknemer 3] in de kosten van de procedure, die tot de datum van de uitspraak aan de kant van Playa Linda worden begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, Afl. 184,10 aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan gemachtigdensalaris.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 2 april 2019, in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>