<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-11T09:44:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2901 van 2016 / AUA201600687</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-11T09:44:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:186 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-03-2019 / 2901 van 2016 / AUA201600687</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verbintenissenrecht, geen renteloze geldlening</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 27 maart 2019 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2901 van 2016 / AUA201600687</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. A.A. Ruiz en I.R. Wever,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>, 									</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 7 november 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 4 december 2018. [eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde. [gedaagde] is eveneens verschenen samen met zijn gemachtigde, voor wie mr. E.M.J. Carfarzuza heeft geoccupeerd. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft [eiseres] verklaard dat zij geen verder bewijs zal leveren van haar door [gedaagde] gemotiveerde stelling dat [gedaagde] van [eiseres] een renteloze lening heeft verkregen ten belope van het in hoofdsom gevorderde (minus het door [gedaagde] erkende bedrag ad </para>
        <para>Afl. 4.599,03). Dat brengt mee dat niet vast komt te staan dat [eiseres] meer dan voormeld door [gedaagde] erkende bedrag aan [gedaagde] krachtens een overeenkomst van geldlening heeft verstrekt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Onder verwijzing naar rechtsoverwegingen 4.7 en 4.8 van het tussenvonnis van 14 februari 2018 luidt de slotsom dat de vordering van [eiseres] ten belope van het door [gedaagde] erkende bedrag zal worden toegewezen en voor het meerdere van dat bedrag zal worden afgewezen. De onbestreden vordering ter zake van wettelijke rente zal worden toegewezen als na te melden, waarbij de dag volgende op de betekening van het verzoekschrift aan [gedaagde] als aanvangsdatum in aanmerking zal worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In de uitkomst van deze procedure en de omstandigheid dat partijen familie van elkaar zijn (moeder en zoon) ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen Afl. 4.599,03, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 8 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voormelde  veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">-</emphasis>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f74d8fa9-e7b2-4e06-8aa6-9a7d0f443151" label="1">
    <para>[1] Zie onderaan bijlage Formele relaties</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cf4aca9-900d-4a65-b2c5-ecf67e394741" label="2">
    <para>[2] Zie onderaan bijlage Overzicht rechtsgebieden</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f67a465-320c-4914-bbd3-43550db7bdb0" label="3">
    <para>[3] Zie onderaan bijlage Bijzondere kenmerken van uitspraak</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>