<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-10T12:00:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201803515</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-10T11:59:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:171 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 26-03-2019 / AUA201803515</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ, Kinderalimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 26 maart 2019	</para>
    <para>behorend bij EJ nr. AUA201803515</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD,</emphasis>
      </para>
      <para>kantoorhoudend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>vertegenwoordigd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam belanghebbende]</emphasis>, de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 1 november 2018;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift, ingediend op 11 februari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling van 12 februari 2019, waar namens de Voogdijraad aanwezig was [vertegenwoordiger] en de moeder in persoon. De vader is in persoon verschenen en bijgestaan door zijn gemachtigde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>Uit de moeder is op [geboortedatum] 2002 in Aruba geboren de thans nog minderjarige [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is niet erkend. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het (ter zitting gewijzigd) verzoek strekt tot het veroordelen van de man tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 400,- ingaande 1 november 2018 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daartoe wordt gesteld dat hij de verwekker is van de minderjarige en dat hij voldoende inkomen uit arbeid geniet. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Ingevolge artikel 1:394 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) is de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. Artikel 1:406 lid 1 BWA bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de vader. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De kosten van verzorging en opvoeding </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van de minderjarige in kwestie gemiddeld Afl. 650,- per maand bedragen. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de schoolkosten, de kosten van kleding en die van recreatie, zodat met de door de opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de kosten niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van de kinderen die niet zijn begrepen in genoemd bedrag van Afl. 650,- (zoals noodzakelijke kosten voor naschoolse opvang). </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>Het gerecht zal rekening houden met de posten “vervoer” ad Afl. 300,- en “oppas” ad Afl. 150,- nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt door de moeder. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.3</nr>
        <para>Gelet op het vorenstaande kunnen de kosten van de minderjarige worden vastgesteld op Afl. 1.100,-, waaraan de ouders naar draagkracht en naar evenredigheid dienen bij te dragen. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de moeder </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.4.1</nr>
        <parablock>
          <para>Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond Afl. 3.762,56 per maand (inclusief kindertoelage en kleding toelage).  De moeder is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering </para>
          <para>(Afl. 4.620,-), bashi-premie (Afl. 1.500), reparatiepremie (Afl. 1.485,-) en gelijkbedrag (Afl. 1.500). Haar netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 4.521,31.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2</nr>
        <para>Wat betreft de vaste lasten gaat het gerecht ervan uit dat zij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de (onbetwiste) posten “hypotheek” ad Afl. 759,- en “transportkosten” ad Afl. 300,-. De overige (niet betwiste) opgevoerde lasten wordt de moeder geacht te betalen uit voornoemd forfaitair in aanmerking te nemen bedrag van Afl. 1.400,-.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3</nr>
        <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.459,-. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.4</nr>
        <para>Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 4.521,31 - Afl. 2.459,- =) Afl. 2.062,31 waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de vader </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.5.1</nr>
        <para>Blijkens de door de vader overgelegde loonstrookjes bedraagt zijn loon netto gemiddeld afgerond Afl. 2.416,16 per maand (inclusief kindertoelage).  De vader is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering (Afl. 2.900,-), bashi-premie (Afl. 1.500), reparatiepremie (Afl. 850,-) en gelijk bedrag (Afl. 1.500). Zijn netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 2.978,66. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.2</nr>
        <para>Wat betreft de vaste lasten gaat het gerecht ervan uit dat hij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de vader opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal rekening houden met de door de vader opgevoerde posten “lening RBC Bank onderhoud woning” ad Afl. 677,- en “Volkscreditebank” ad Afl. 300,-, nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.3</nr>
        <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) vaste lasten van de vader bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.377,-. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.4</nr>
        <para>Uit het vorenstaande volgt dat de vader maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 2.978,66 - Afl. 2.377 =) Afl. 601,66, waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige dient te voldoen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 250,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 maart 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de bijdrage van [verweerder] in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2002 in Aruba, uit de vrouw [naam moeder] op Afl. 250,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, met ingang van 1 maart 2019,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het anders of meer verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 26 maart 2019 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>