<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-13T16:59:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">212 van 2015 / AUA201500643</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:141">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-13T16:59:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:141 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-02-2019 / 212 van 2015 / AUA201500643</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:141:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, schuldbekentenis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:141:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 27 februari 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. 212 van 2015 / AUA201500643</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam] CONSTRUCTION &amp; REAL ESTATE N.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>EISERES, hierna ook te noemen: eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: thans de advocaat mr. M.H.J. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: voorheen de advocaat mr. D.L. Emerencia.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 5 februari 2015 werd het inleidend verzoekschrift ingediend, waarna de zaak, nadat deze voor conclusie van antwoord was komen te staan, op de rol van 14 december 2016 werd geroyeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij faxbrief van 25 april 2018 heeft de huidige gemachtigde van eiseres verzocht om de zaak weer op de rol te plaatsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij faxbrief d.d. 13 mei 2018 heeft de voormalige gemachtigde van eiseres het gerecht heeft medegedeeld dat de gedaagde is overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Nadat eiseres opgave van de wettige erfgenamen had gedaan, zijn de (bekende) wettige erfgenamen opgeroepen om het geding op hun naam te hervatten. De opgeroepen erfgenamen van wijlen gedaagde zijn verschenen maar hebben te kennen gegeven dat zij de nalatenschap van wijlen gedaagde niet hebben aanvaard en de procedure niet op hun naam wensen te hervatten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de procedure op naam van de oorspronkelijke gedaagde voortgezet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zaak is vervolgens verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 21 januari 2014 heeft gedaagde een schuldbekentenis ondertekend, waarbij zij verklaarde aan eiseres schuldig te zijn ad Afl. 101.200,- met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij brief van 15 juli 2014 heeft eiseres gedaagde gesommeerd tot betaling van een bedrag van Afl. 107.272,-. Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Eiseres heeft na daartoe bekomen verlof op 23 januari 2015 ten laste van gedaagde conservatoir derdenbeslag doen leggen onder Aruba Airport Authority N.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseres vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van gedaagde tot betaling van Afl. 101.200,-, te vermeerderen met de contractuele rente tot de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagde haar verplichtingen uit de schuldbekentenis niet is nagekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gedaagde heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Nu de vordering niet is weersproken en bovendien uit de overgelegde schuldbekentenis d.d. 21 januari 2014 volgt dat gedaagde met de hand heeft geschreven dat zij een bedrag van Afl. 101.200,- vermeerderd met rente en kosten verschuldigd is aan eiseres, zal de vordering worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal gedaagde worden veroordeeld om de proceskosten van eiseres te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 101.200,-, te vermeerderen met de contractuele rente ad 1% per maand vanaf 21 januari 2014 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 1.100,- aan griffierecht, Afl. 859,58 aan explootkosten en Afl. 4.000,- aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>