<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:128</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-25T17:03:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800821</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:128">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:128</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-12T10:10:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:128 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 26-02-2019 / AUA201800821</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:128:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Kinderalimentatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:128:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 26 februari 2019</para>
    <para>behorend bij EJ nr. AUA201800821</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, </para>
      <para>vertegenwoordigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen: de man, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[moeder]</emphasis>, de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het resultaat van het DNA-onderzoek, ingediend op 29 oktober 2018;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 15 januari 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen namens de Voogdijraad mevrouw mr. [raadsonderzoekster 1] en mevrouw [raadsonderzoekster 2] en de vader in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het gerecht zal het zelfstandig verzoek van de man buiten beschouwing laten nu de aard van deze procedure zich niet leent voor dit geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit de resultaten van het DNA-onderzoek blijkt dat de man de biologische vader is van de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De man heeft draagkrachtverweer gevoerd en verklaard bereid en in staat te zijn een bedrag van Afl. 300,- te betalen als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bepalend voor de hoogte van de kinderalimentatie zijn de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige en de draagkracht van zowel de moeder als de man. Teneinde ieders draagkracht te bepalen, dienen over en weer de netto-inkomens te worden vastgesteld, alsmede de vaste lasten die in redelijkheid voorrang krijgen boven het betalen van kinderalimentatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kosten van verzorging en opvoeding </emphasis>
        </para>
        <para>Bij het vaststellen van de kosten van verzorging en opvoeding hanteert het gerecht als richtsnoer dat deze voor kinderen in de leeftijd als die van partijen gemiddeld Afl. 450,- per maand bedragen. Het gerecht is van oordeel dat aangenomen kan worden dat de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige in de leeftijd als die van partijen rond dat bedrag liggen. In dit bedrag zitten begrepen de noodzakelijke schoolkosten en de kosten aan kleding, recreatie en persoonlijke verzorging. Dit bedrag kan worden verhoogd indien blijkt van bijzondere uitgaven ten behoeve van het kind die niet zijn begrepen in bovengenoemd bedrag. In dit geval is wel gebleken van dergelijke uitgaven, namelijk de post “crèche” van Afl. 460,- per maand zodat het gerecht de behoefte van de minderjarige zal bepalen op Afl. 910,- per maand. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de moeder </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.6.1</nr>
        <para>Blijkens de door de moeder overgelegde loonstrookjes bedraagt haar loon netto gemiddeld afgerond Afl. 2.105,79 per maand (inclusief kindertoelage).  De moeder is ambtenaar en ontvangt als zodanig jaarlijks vakantie-uitkering (Afl. 2.395,-), bashi-premie (Afl. 1.500), reparatiepremie (Afl. 1.167,-) en gelijk bedrag (Afl. 1.500). Haar netto-inkomen bedraagt maandelijks dan ook gemiddeld Afl. 2.652,62.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.2</nr>
        <para>Bij de vaststelling van de draagkracht van de moeder gaat het gerecht er vanuit dat zij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in haar eigen bestaan te voorzien. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/cable aansluiting en van autogebruik, zodat met de door de moeder opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de (niet betwiste) posten “FCCA” ad Afl. 800,-  per maand en “hypotheek” ad Afl. 343,17 per maand. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.3</nr>
        <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) maandelijkse vaste lasten van de moeder bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 2.543,17. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.4</nr>
        <para>Uit het vorenstaande volgt dat de moeder maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 2.652,62 minus Afl. 2.543,17 =) Afl. 109,45, waarmee zij aan haar verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">De draagkracht van de man </emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.7.1</nr>
        <para>Blijkens de door de man overgelegde salarisslips bedraagt zijn loon netto gemiddeld afgerond Afl. 4.489,49 per maand. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.7.2</nr>
        <para>Met betrekking tot de draagkracht van de man zal het gerecht rekening houden met het forfaitair bedrag van Afl. 1.400,- voor het eigen levensonderhoud. In dit bedrag zitten onder andere begrepen de redelijke kosten van elektriciteit, van water, van telefoon/internet/t.v.-aansluiting en van autogebruik, waaronder benzine, en van persoonlijke verzorging, zodat met opgevoerde daadwerkelijke kosten van deze lasten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening moet worden gehouden. Het gerecht zal verder rekening houden met de posten “huur” ad Afl. 1.000,- per maand, “lening Aruba Bank” ad Afl. 921,- per maand Aruba Studielening ad Afl. 367,- per maand en alimentatie minderjarige [naam minderjarige kind 1] ad Afl. 350,- per maand nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. De overige opgevoerde lasten zijn onvoldoende onderbouwd met stukken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.7.3</nr>
        <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) maandelijkse vaste lasten van de man bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 4.038,-. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.7.4</nr>
        <para>Uit het vorenstaande volgt dat de man maandelijks een bedrag overhoudt van Afl. 4.489,49 minus Afl. 4.038,- = ca. Afl. 450,- waarmee hij aan zijn verplichting met betrekking tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding dient te voldoen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Gelet op de draagkracht van partijen en op de behoefte van de minderjarige acht het gerecht een door de man te betalen bijdrage van Afl. 450,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. De ingangsdatum van de bijdrage zal worden bepaald op 1 januari 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de door de vader [vader] met ingang van 1 februari 2019 maandelijks te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in Aruba, op een bedrag van Afl. 450,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het anders of meer verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 26 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>