<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2019:120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-11T17:03:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201801250</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2019:120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-11T17:02:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2019:120 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 13-02-2019 / AUA201801250</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2019:120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, oproeping in vrijwaring.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2019:120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 13 februari 2019</para>
    <para>Behorend bij A.R. AUA201801250</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in het incident tot vrijwaring in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>eiser in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.J. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Stichting Ziekenverpleging Aruba SZA h.o.d.n. Dr. Horacio Oduber Hospital</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>hierna ook te noemen: SZA,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.L. Peterson,</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de incidentele conclusie van SZA;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord in het incident van [eiser].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang staan de volgende feiten als erkend of niet voldoende gemotiveerd weersproken in dit geding vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 29 september 2015 werd [eiser] geopereerd door dr. [Naam arts] in de operatiekamer van SZA.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Tijdens de operatie aan de hoofdhuid is desinfectiemiddel in de ogen van [eiser] gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4 [</nr>
      <para>eiser] heeft SZA voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>SZA meent gronden te hebben om van dr. [naam arts] vrijwaring te vorderen en verzoekt op voet van artikel 71 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oproeping van deze persoon te bevelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>SZA grondt het verzoek erop dat dr. [naam arts] [eiser] heeft geopereerd, dat dr. [naam arts] niet in dienst is van SZA en dat tussen SZA en dr. [naam arts] een toelatingsovereenkomst is gesloten. Ingevolge art. 2 lid 4 van die Toelatingsovereenkomst is bepaald dat de vrijgevestigde arts, in dit geval dr. [naam arts], zelf verantwoordelijk is voor het gebruik maken van de onderzoeks- en behandelruimten van het ziekenhuis voor de behandeling van zijn patiënten en de daaruit voortvloeiende aanspraken. Er is, aldus SZA, een rechtsverhouding die meebrengt dat dr. [naam arts] verplicht is om de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak te dragen. SZA kan de schade, die mogelijk het gevolg is van een verwijtbare fout van dr. [naam arts], op dr. [naam arts] verhalen, aldus SZA. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3	[</nr>
      <para>eiser] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het gerecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor toewijzing van de vordering tot oproeping in vrijwaring is voldoende dat blijkt dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Tussen de vordering in de hoofdzaak en de vordering in vrijwaring hoeft geen rechtstreeks verband te bestaan. Evenmin is vereist dat de waarborg verplicht is om de gewaarborgde in de procedure bij te staan. Indien aan het vereiste voor het toestaan van oproeping in vrijwaring in beginsel is voldaan dient de rechter over te gaan tot een onderzoek van de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering teneinde te kunnen beoordelen of de oproeping tot vrijwaring in de omstandigheden van het geval op haar plaats is en meer in het bijzonder of daarvan wellicht onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In het licht van de stellingen van SZA is het gerecht van oordeel dat zij er belang bij heeft om dr. [naam arts] in vrijwaring op te roepen, zodat het verzoek wordt toegestaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De beslissing op de kostenveroordeling wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek toe;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dr. [naam arts] in vrijwaring op te roepen tegen de zitting van woensdag 13 maart 2019 onder overlegging van het inleidend verzoekschrift in de hoofdzaak, de incidentele conclusie van eis tot oproeping in vrijwaring en dit vonnis in het incident, ten einde te worden gehoord op de vordering tot veroordeling van dr. [naam arts] om aan SZA te vergoeden, hetgeen waartoe SZA in de hoofdzaak jegens [eiser] zal worden veroordeeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 13 maart 2019 voor conclusie van antwoord zijdens SZA;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 februari  2019 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>