<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:811</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T12:25:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201802341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:811">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:811</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T12:24:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:811 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-12-2018 / AUA201802341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:811:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeid. Verkeerde rechtspersoon in rechte betrokken. De nietigheid van het ontslag is te laat ingeroepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:811:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 11 december 2018</para>
    <para>E.J. no. AUA201802341.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[VERZOEKSTER]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam VBA]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.W. Ormel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 31 juli 2018;</para>
      <para>- het verweerschrift met producties, ingediend op 25 september 2018;</para>
      <para>- de faxbrieven van 20 november 2018, waaruit blijkt dat partijen afzien van een mondelinge behandeling en het gerecht verzoeken beschikking te geven op grond van de ingediende stukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vervolgens is de datum voor de uitspraak nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET VERZOEK</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoekster verzoekt het gerecht – bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – het ontslag op staande voet van 28 maart 2017 nietig te verklaren en verweerster te veroordelen om het loon vanaf deze datum te betalen tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst op rechtsgeldige wijze is beëindigd, vermeerderd met de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW, alsmede verzoekster binnen 10 werkdagen na betekening van deze beschikking weder te werk te stellen in haar gebruikelijke functie, op straffe van een dwangsom van Afl. 100,- per dag of gedeelte van een dag dat verweerster nalaat hieraan te voldoen, met veroordeling van verweerster in de proceskosten. Tevens verzoekt verzoekster haar toestemming te verlenen om kosteloos te mogen procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoekster grondt de vordering erop dat er geen sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verweerster heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat verzoekster de vordering tegen de verkeerde partij heeft ingesteld, zodat de vordering dient te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Volgens verweerster is verzoekster niet met haar maar met Van den Broek Construction, Labor &amp; Cleaning N.V., een voormalige zustervennootschap, een arbeidsovereenkomst aangegaan. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst verweerster naar de door haar overgelegde arbeidsovereenkomst van 13 maart 2015, waarin als werkgever is vermeld: “Van den Broek Construction, Labour &amp; Cleaning N.V.”. In de arbeidsovereenkomst is te lezen dat verzoekster met ingang van 23 februari 2015 in dienst is getreden als schilder voor de duur van een project te [plaats 1] en [plaats 2] tegen een salaris van Afl. 112,00 bruto per dag. Volgens verweerster kan verzoekster ook onmogelijk bij haar in dienst zijn getreden aangezien verweerster eerst op 24 juli 2015 is opgericht, terwijl verzoekster volgens voornoemde arbeidsovereenkomst al met ingang van 23 februari 2015 een arbeidsovereenkomst is aangegaan. Verweerster geeft aan dat Van den Broek Construction, Labour &amp; Cleaning N.V. op 19 april 2018 failliet is verklaard en voorheen een zustervennootschap was van verweerster. In dat kader stelt verweerster dat verzoekster de vordering ook bij de curator had moeten indienen. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst verweerster naar de door partijen in het geding gebrachte uittreksels van de Kamer van Koophandel Aruba. Tot slot stelt verweerster dat zij nooit werknemers in dienst heeft gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verzoekster heeft afgezien van een mondelinge behandeling en is mitsdien niet ingegaan op het gemotiveerde verweer van verweerster dat zij niet haar contractspartij is. Het gerecht is bij deze stand van zaken van oordeel dat verzoekster niet de juiste rechtspersoon in rechte heeft betrokken. Dit betekent dat de vordering dient te worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat tussen partijen wel een rechtsverhouding heeft bestaan, is de nietigheid te laat ingeroepen. Artikel 7 lid 2 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten bepaalt dat een werknemer binnen zes maanden na de opzeggingshandeling de nietigheid moet inroepen. Verzoekster is op 28 maart 2017 ontslagen en had dus uiterlijk op 27 september 2017 de nietigheid van het ontslag moeten inroepen. Gesteld noch gebleken is dat er een brief is overgelegd waaruit blijkt dat de nietigheid eerder dan de indiening van het verzoekschrift op 31 juli 2018 is ingeroepen. Dit betekent dat verzoekster de nietigheid niet binnen de vereiste termijn van zes maanden heeft ingeroepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Verzoekster wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten de procedure veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan verzoekster toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4. </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gerecht:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>verleent verzoekster toestemming om gratis te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>veroordeelt verzoekster in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van verweerster worden begroot op Afl. 1.250,- aan gemachtigdensalaris.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 december 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>