<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T12:09:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201802544</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:805">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-03T12:08:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:805 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-12-2018 / AUA201802544</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:805:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>arbeidsrecht, verstek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:805:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 11 december 2018 </para>
    <para>Behorend bij EJ nr. AUA201802544</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[VERZOEKER]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, hierna: [verzoeker],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[VERWEERDER]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [adres verweerder] in Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER, hierna: [verweerder],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 augustus 2018;</para>
    <para>- het exploot van betekening d.d. 10 oktober 2018, waarbij [verweerder] wederom is opgeroepen om op 30 oktober 2018 een verweerschrift in te dienen en te verschijnen voor de behandeling. [verweerder] is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen.</para>
    <para>De beschikking is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET VERZOEK</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>verzoeker] verzoekt bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>[verzoeker] toe te laten om kosteloos te mogen procederen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>[verweerder] te bevelen om het achterstallige loon van Afl. 8.992,- aan [verzoeker te betalen, vermeerderd met de vertragingsrente en de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>[verweerder] te bevelen om de niet genoten vakantiedagen over de periode van 2015 tot en met 2018, zijnde Afl. 3.482,10 aan [verzoeker] te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>[verweerder] te veroordelen in de kosten van de procedure.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>verzoeker] grondt de vordering erop dat [verweerder] over de maanden van maart 2017 tot en met mei 2018 niet naar behoren het aan [verzoeker] toekomende salaris heeft uitbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>verweerder] heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>verweerder] heeft geen gebruik gemaakt van de aan haar geboden  gelegenheid om verweer te voeren. Nu er van de zijde van [verweerder] geen verweer is gevoerd tegen het verzoek tot betaling ter zake van het achterstallige loon, de niet genoten vakantiedagen en dit voldoende is onderbouwd, zal het gerecht dit verzoek toewijzen. Datzelfde geldt voor het verzoek tot betaling van de vertragingsrente ex artikel 7A:1614q BW met matiging tot de gebruikelijke 15%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 50,- griffierecht, op Afl. 195,74 aan explootkosten en op Afl. 1.000,- aan salaris van gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>De rechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>verleent toestemming aan [verzoeker] om kosteloos te mogen procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [verzoeker] te betalen zijn achterstallig loon van Afl. 8.992,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018 en de vertragingsrente gematigd tot 15% alsmede een bedrag Afl. 3.485,10 wegens niet genoten vakantiedagen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2018; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoeker]  begroot op Afl. 50,00 griffierrecht, Afl. 195,74 explootkosten en Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 december 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Inhoudsindicatie: arbeidsrecht, verstek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>