<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:56:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800721</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:776">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:776</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:56:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:776 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-12-2018 / AUA201800721</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:776:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, bevestiging bevel tot betaling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:776:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 december 2018 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA201800721</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Opposant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposant],</para>
      <para>gemachtigde (voorheen): de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, </para>
      <para>thans procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Geopposeerde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geopposeerde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 27 oktober 2017 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgevaardigde betalingsbevel van dit Gerecht van 24 januari 2018 onder zaaknummer B.B. 2328 van 2017/AUA201702899 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 2.638,26 te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 30 maart 2017 en met Afl. 375,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, alsmede tot betaling aan [geopposeerde] van </para>
      <para>	Afl. 300,-- aan proceskosten;</para>
      <para>- het op 15 maart 2018 ter griffie ingediende verzetschrift annex conclusie van eis in oppositie van [opposant], met producties;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in oppositie, met producties;</para>
      <para>- de door [opposant] op 26 september 2018 genomen conclusie van repliek in oppositie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] afwijst, kosten rechtens.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>geopposeerde] voert verweer en concludeert dat [opposant] - zo  het Gerecht begrijpt – (1) tot kwaad opposant moet worden verklaard onder bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet, en (2) uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld tot betaling van de daadwerkelijk gemaakte kosten en nakosten ad Afl. 1.459,35.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>opposant] heeft onbetwist gesteld dat zij eerstens op 1 maart 2018 kennis heeft genomen van het op 24 januari 2018 uitgesproken betalingsbevel waarvan verzet. Dat betekent dat [opposant] binnen de daartoe geldende termijn verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in haar verzet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>opposant] heeft de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen van [geopposeerde] en de door hem bij die conclusie overgelegde verklaringen niet (nader) bestreden. Dat brengt mee dat vast komt te staan dat [opposant] het in hoofdsom gevorderde bedrag opeisbaar verschuldigd is aan [geopposeerde] uit hoofde van een onbetaald gelaten geldlening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Vorenstaande brengt met zich dat [opposant] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten in oppositie van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 2). Het Gerecht ziet geen grond of aanleiding om [opposant] te veroordelen in de door [geopposeerde] verzochte beweerdelijk gemaakte daadwerkelijke advocaatkosten. In de kostenveroordeling ligt besloten een veroordeling tot eventuele nog te maken nakosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposant] tot kwaad opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [opposant] in de proceskosten van [geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op woensdag 5 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>