<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:54:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201801438 AR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:775">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:775</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:54:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:775 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-12-2018 / AUA201801438 AR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:775:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, verzoek tot het stellen van zekerheid afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:775:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 december 2018</para>
    <para>Behorend bij AUA201801438 AR</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
      <para>in het incident tot zekerheidstelling in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Verenigde Staten van Amerika, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.J.E. Paesch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de incidentele conclusie van [gedaagde]</para>
    <para>- de conclusie van antwoord in het incident van [eiser].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VORDERING EN HET VERWEER</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiser] vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen gedeeltelijk is ontbonden en veroordeling van [gedaagde]  tot betaling van Afl. 20.739,57 en met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft gesteld dat uit het inleidend verzoekschrift blijkt dat [eiser] vreemdeling is in de zin van art. 122 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.)  en vraagt in verband daarmee [eiser] te veroordelen tot het stellen van zekerheid voor de betaling van kosten, schade en intresten waartoe [eiser] zou kunnen worden veroordeeld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>eiser] voert gemotiveerd verweer dat voor zover voor de beslissing van belang hieronder zal worden besproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika geldt het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 956 No. 40, kortweg Het Nederlands-Amerikaans vriendschapsverdrag, verder: het Verdrag).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel III lid 1 van het Verdrag zullen onderdanen van beide partijen over en weer te allen tijde bescherming en veiligheid genieten en zullen onderdanen van de ene partij onder gelijke omstandigheden niet ongunstiger worden behandeld dan onderdanen van de andere partij ten aanzien van de bescherming en veiligheid van hun persoon en hun rechten. In geen geval zullen zij in dit opzicht een ongunstiger behandeling genieten dan die, welke onderdanen van een derde land genieten. Ingevolge artikel V lid 1 van het Verdrag zullen onderdanen en vennootschappen van de ene partij binnen het grondgebied van de andere partij nationale behandeling genieten met betrekking tot het recht zich in elke aanleg te wenden tot de gewone rechter, administratieve scheidsgerechten en instanties, zowel ter verkrijging als ter verdediging van hun recht. Meer in het bijzonder bepaalt artikel 5 van het Protocol bij voormeld Verdrag dat het in artikel V lid 1 van het Verdrag bedoelde recht onder meer omvat een vrijstelling van de verplichting van het storten van een waarborgsom voor de kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>eiser] is onderdaan van een staat van de Verenigde Staten van Amerika, zodat [eiser] op dezelfde wijze toegang tot de burgerlijke rechter dient te krijgen als een onderdaan van Aruba. Nu voor deze laatsten geldt dat geen zekerheid voor de proceskosten gesteld behoeft te worden, geldt dat ook voor [eiser]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [eiser] in dit incident.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De hoofdzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze is gebleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten van [eiser] in het incident en begroot deze kosten Afl. 1.000,00 aan salaris van de gemachtigde;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van woensdag 9 januari 2019 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde]. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch,  rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 december 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>