<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:52:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800254</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:774">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:52:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:774 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-12-2018 / AUA201800254</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:774:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, bewijslevering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:774:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 december 2018 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij A.R. nr. AUA201800254</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiseres in conventie, (mogelijk) verweerster in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [de vrouw],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G.L. Griffith,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [de man],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 29 augustus 2018 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 27 september 2018. Partijen zijn toen ter zitting verschenen, samen met hun respectieve gemachtigden. Zij hebben over en weer het woord gevoerd en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">in conventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in de in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Zoals reeds overwogen in het tussenvonnis staat vast tussen partijen dat bij de bij het verzoekschrift overgelegde beschikking van dit Gerecht van 22 februari 2016 in de zaak met als nummer E.J. 2566 van 2015 (hierna: de beschikking) de echtscheiding is uitgesproken tussen partijen en dat die beschikking blijkens de eveneens bij het verzoekschrift overgelegde verklaringen van de Griffier van dit Gerecht van 8 maart 2016 en van 15 augustus 2016 op diezelfde 22 februari 2016 in kracht van gewijsde is gegaan. Verder staat vast dat [de vrouw] op 12 april 2016 om herstel van de beschikking heeft verzocht omdat het Gerecht onder rubriek 2 daarvan de huwelijksdatum van partijen fout had vermeld. Het Gerecht heeft vervolgens op 3 augustus 2016 herstelbeschikking gegeven, krachtens welke de beschikking wat betreft voormelde fout als hersteld heeft te gelden. Tot slot staat vast dat [de vrouw] op 26 augustus 2018 (al dan niet wederom, waarover hierna onder 2.5 meer) om inschrijving heeft verzocht van de herstelde (echtscheidings)beschikking in de registers van de Burgerlijke Stand, en dat die inschrijving vervolgens per dezelfde datum heeft plaatsgevonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het eerste lid van artikel 1:163 BW bepaalt dat een echtscheiding tot stand komt door inschrijving van de (echtscheidings)beschikking in de registers van de Burgerlijke Stand. Het derde lid van artikel 1:163 BW bepaalt dat indien het verzoek tot inschrijving niet is gedaan uiterlijk zes maanden na de dag waarop de (echtscheidings)beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, die beschikking zijn kracht verliest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Indien komt vast te staan dat het verzoek van [de vrouw] tot inschrijving van de  (herstelde) beschikking in de registers van de Burgerlijke Stand eerstens is gedaan op 26 augustus 2016, dan is dat niet geschied binnen zes maanden na de dag waarop die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Gevolg daarvan moet dan zijn dat de beschikking ingevolge het derde lid van artikel 1:163 BW zijn kracht reeds had verloren ten tijde van dat verzoek en dat de inschrijving daarvan in voormeld register geen echtscheiding tussen partijen heeft bewerkstelligd. Zie in dat verband het arrest van de Hoge Raad van 6 mei 1977, gepubliceerd onder NJ 1978, 327. De omstandigheid dat de op 12 april 2016 verzochte herstelbeschikking eerst is gegeven op 3 augustus 2016 maakt dat dan niet anders, omdat [de vrouw] toen nog ruim twee weken de tijd had om inschrijving van de (herstelde) echtsscheidingsbeschikking te verzoeken. Het nalaten daarvan komt dan voor rekening en risico van [de vrouw], en levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op (voorzover daarvan onder zekere omstandigheden rechtens al sprake zou kunnen zijn). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5 [</nr>
      <para>de vrouw] heeft ter zitting echter gesteld dat zij (of een medewerker van het kantoor van haar gemachtigde namens haar) met de nog niet herstelde beschikking naar de Burgerlijke Stand is getogen om die in te laten schrijven, maar onverrichter zake is heen gestuurd door de ambtenaar van de Burgerlijk Stand omdat die toen constateerde dat de beschikking voormelde fout in zich had welke eerst bij beschikking hersteld moest worden alvorens inschrijving kon plaatsvinden. In die door [de man] bestreden stelling ligt besloten de stelling dat [de vrouw] in elk geval nog voor de uitspraak van de herstelbeschikking en dus nog voor ommekomst van bedoelde termijn van 6 maanden om inschrijving heeft verzocht van de (echtscheidings)beschikking in de zin van het derde lid van artikel 1:163 BW. Dat die inschrijving vervolgens na ommekomst van bedoelde termijn, te weten op  26 augustus 2018, heeft plaatsgevonden doet dan naar het oordeel van het Gerecht in beginsel niet ter zake. Nu [de vrouw] ter zitting bewijslevering heeft aangeboden zal zij in de gelegenheid worden gesteld om door middel van het doen horen van getuigen te bewijzen dat zij nog voor de datum van uitspraak van de herstelbeschikking, te weten 3 augustus 2016, de ambtenaar van de Burgerlijke Stand om inschrijving van de (echtscheidings)beschikking heeft verzocht. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde terechtzitting, gedurende welke maximaal drie getuigen gehoord kunnen worden. [de vrouw] dient uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door haar voor te brengen getuigen schriftelijk kenbaar te maken aan het Gerecht en aan [de man].</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in conventie en in voorwaardelijke reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>In afwachting van bewijslevering en de daarna door partijen te nemen conclusies na bewijslevering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-stelt [de vrouw] in de gelegenheid om door middel van het doen horen van getuigen te bewijzen hetgeen zij ingevolge rechtsoverweging 2.5 dient te bewijzen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de zaak daartoe naar de terechtzitting van donderdag 10 januari 2019, te houden in de enquêtezaal van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat [de vrouw] uiterlijk drie dagen voor die zitting de personalia van de door haar voor te brengen getuige(n) schriftelijk kenbaar dient te maken aan het Gerecht en aan [de man];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in conventie en in voorwaardelijke reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>