<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:23:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201803559</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:772">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:772</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-02T10:23:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:772 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-12-2018 / AUA201803559</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:772:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. KG. Ontruiming. Verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:772:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis in kort geding van 12 december 2018</para>
    <para>Behorend bij K.G. AUA201803559</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiser], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 6 november 2018;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van de zaak op 22 november 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2 [</nr>
      <para>eiser] is in persoon ter terechtzitting verschenen. Hoewel deugdelijk opgeroepen is [gedaagde] niet ter zitting verschenen. Tegen hem is daarom verstek verleend. [eiser] heeft gepersisteerd in het door hem gestelde en verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <para>a. [gedaagde] beveelt om onmiddellijk na de betekening van dit vonnis aan [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement gelegen in Aruba te [adres] te ontruimen met alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen en met afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser], en bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt van Afl. 500,-- per dag of deel daarvan dat [gedaagde] dat bevel niet opvolgt;</para>
      <para />
      <para>b. [eiser] machtigt om die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm;</para>
      <para />
      <para>c. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] te betalen Afl. 3.600,-- aan achterstallige huur tot en met augustus 2018, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.800,-- voor iedere na augustus 2018 verschenen huurtermijn voor het geval [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement niet heeft ontruimd;</para>
      <para />
      <para>d. te dezen enige andere juist voorkomende beslissing neemt;</para>
      <para />
      <para>e. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van [eiser] bij de door hem verzochte ontruiming ligt besloten in de aard van dat verzoek en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Nu [gedaagde] de geldvordering van [eiser] en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet heeft bestreden, kan redelijkerwijze en om proceseconomische redenen niet van [eiser] worden gevergd om die vordering ter beoordeling aan de bodemrechter voor te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft de vorderingen van [eiser] onder a. en c. en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet bestreden. Die vorderingen, die overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomen, zullen daarom worden toegewezen als na te melden met inachtneming van het navolgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op grond van redelijkheid en billijkheid zal aan [gedaagde] een ontruimingstermijn worden gegund van twee weken. Gesteld noch is gebleken dat [gedaagde] niet in staat is om het van [eiser] gehuurde appartement binnen die termijn te ontruimen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Dwangsommen zullen gemaximeerd aan [gedaagde] worden opgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De vordering onder b. zal worden afgewezen, omdat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein van de deurwaarder betreft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6 [</nr>
      <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op (450,- + 230,84 + 230,84 =) Afl. 911.68 aan verschotten (griffiegelden en kosten van oproeping van partijen). Er worden geen punten van het liquidatietarief geliquideerd, omdat [eiser] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professioneel optredende rechtsbijstandverlener. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding bij verstek:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-beveelt [gedaagde] om binnen veertien (14) dagen na de betekening van dit vonnis aan [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement gelegen in Aruba te [adres] te ontruimen met alle zich daarin van zijnentwege bevindende personen en goederen en met afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat [gedaagde] ten behoeve van [eiser] een dwangsom verbeurt van </para>
      <para>Afl. 500,-- per dag of deel daarvan dat [gedaagde] dat bevel niet opvolgt, met dien verstand dat [gedaagde] te dezen niet meer dan Afl. 25.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen Afl. 3.600,-- aan achterstallige huur tot en met augustus 2018, te vermeerderen wettelijke rente gerekend vanaf 12 oktober 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met Afl. 1.800,-- voor iedere na augustus 2018 verschenen huurtermijn voor het geval [gedaagde] het van [eiser] gehuurde appartement niet heeft ontruimd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M van de Leur rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 12 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>