<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-10T11:02:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201803328</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:721">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:721</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-10T11:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:721 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-11-2018 / AUA201803328</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:721:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Lv VOG) - Naar het oordeel van het gerecht heeft verweerder zich daarom op goede gronden op het standpunt gesteld dat hem, gelet op het doel waarvoor afgifte is verzocht, is gebleken van bezwaren tegen klager.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:721:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 19 november 2018</para>
    <para>VOG nr. AUA201803328</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het klaagschrift als bedoeld in artikel 25 van de Landsverordening justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (hierna: de Lv VOG) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[klager],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>KLAGER,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen de beschikking van 18 oktober 2018 van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 14 van de Lv VOG,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba, </para>
      <para>VERWEERDER.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 18 oktober 2018 heeft verweerder het verzoek van klager om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 oktober 2018 heeft klager daartegen een klaagschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 november 2018 heeft verweerder een pleitnota ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht heeft de zaak behandeld in raadkamer op 5 november 2018, waar alleen klager is verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Wettelijke kader</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 22, eerste lid, Lv VOG geeft de aangewezen ambtenaar een verklaring omtrent het gedrag slechts af wanneer hem uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die persoon. In alle andere gevallen weigert hij de gevraagde verklaring af te geven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De standpunten van partijen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Klager heeft verzocht om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag ten behoeve van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met als doel om in Aruba te werken. Hiervoor heeft hij een verklaring omtrent het gedrag nodig. Hij heeft thans een verblijfsvergunning als student maar wenst deze om te zetten. Klager betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hem is gebleken van bezwaren tegen zijn persoon. Hij is inderdaad veroordeeld, maar hij is onschuldig. Op de avond van het voorval was hij dronken. Hij bevond zich in gezelschap van een verkeerde groep mensen. Hij heeft niet met een vuurwapen geschoten. Hij heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het strafvonnis omdat hij zeer blij was toen hij werd vrijgelaten. Hij heeft thans een zoontje in Aruba dat geen verblijfsvergunning noch ziektekostenverzekering heeft. De moeder is ook illegaal in Aruba. Hij wil werken om in zijn levensonderhoud te voorzien en om een verblijfsvergunning voor zijn zoontje aan te vragen, aldus klager.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij de afwijzing heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, hem is gebleken van bezwaren tegen klager.  Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat klager bij onherroepelijk geworden vonnis van het gerecht van 17 november 2017 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest wegens medeplegen van  overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening en medeplegen van  bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. De aard en de ernst van deze strafbare feiten, namelijk samen met anderen vanuit een rijdende auto met een vuurwapen in de richting van een uitgaansgelegenheid schieten waar zich op dat moment meerdere personen bevonden, vormen volgens verweerder, gelet op het doel waarvoor afgifte is verzocht, een zodanig bezwaar dat afgifte van een verklaring omtrent het gedrag moet worden geweigerd. Daarbij heeft verweerder mede in aanmerking genomen dat het betrekkelijk kort geleden is dat klager in aanraking is geweest met justitie. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling 	 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De aard van de betreffende gepleegde strafbare feiten is ernstig, namelijk het samen met anderen vanuit een rijdende auto met een vuurwapen in de richting van een uitgaansgelegenheid schieten waar zich op dat moment meerdere personen bevonden. Van belang is ook dat de gepleegde strafbare feiten kort geleden hebben plaatsgevonden. De Arubaanse samenleving is door deze strafbare feiten geschokt. Naar het oordeel van het gerecht heeft verweerder zich daarom op goede gronden op het standpunt gesteld dat hem, gelet op het doel waarvoor afgifte is verzocht, is gebleken van bezwaren tegen klager. Onder deze omstandigheden was verweerder ingevolge artikel 22, eerste lid, Lv VOG gehouden te weigeren de gevraagde verklaring af te geven. Het betoog faalt reeds om deze reden. Hetgeen klager voor het overige aanvoert, behoeft dan ook geen bespreking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene  zal de klacht  ongegrond worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de klacht ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, op 19 november 2018.            </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open (artikel 28, derde lid, van de Lv VOG).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>