<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-28T09:33:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. AUA201802780</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:701">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:701</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-28T09:32:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:701 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 21-11-2018 / K.G. no. AUA201802780</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:701:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Ontruiming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:701:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 21 november 2018</para>
    <para>Behorend bij K.G. no. AUA201802780</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
      <para>in het kort geding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[gedaagde 1],</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>[gedaagde 2],</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>beiden wonende in Aruba,</para>
      <para>gedaagden, </para>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift met producties;</para>
        <para>-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 2 november 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2 [</nr>
      <para>eiser] is toen ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. [gedaagden] zijn in persoon ter zitting verschenen. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>eiser] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-[gedaagden] beveelt het in Aruba te [adres] gelegen appartement binnen 14 dagen (althans een door het Gerecht te bepalen andere termijn) na de betekening aan [gedaagden] van dit vonnis te ontruimen met alle zich daarin van hunentwege bevindende personen en goederen, en onder afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser];</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-[gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om aan [eiser] te betalen Afl. 43.468,05,-- aan achterstallige huur (plus kosten van utiliteiten) tot en met september 2018, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 augustus 2018 en voorts te vermeerderen met iedere na september 2018 verschenen huurtermijn ad Afl. 700,-- maandelijks zolang [gedaagden] het appartement niet hebben ontruimd;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-[gedaagden] veroordeelt in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagden] erkennen het in hoofdsom gevorderde bedrag verschuldigd te zijn aan [eiser] en zij verzetten zich niet tegen de verzochte ontruiming. [gedaagden] hebben in het licht daarvan verklaard dat zij in staat zijn om binnen 14 dagen het van [eiser] gehuurde appartement te ontruimen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van [eiser] bij zijn ontruimingsvordering ligt besloten in de aard van die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Nu [gedaagden] de verschuldigdheid van het in hoofdsom door [eiser] gevorderde bedrag hebben erkend, brengen proceseconomische redenen met zich dat redelijkerwijze niet van [eiser] gevergd kan worden om zich te dien aanzien naar de bodemrechter te wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De ontruimingsvordering van [eiser] zal worden toegewezen als na te melden, nu [gedaagden] die vordering en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet hebben bestreden (en daarom in een bodemprocedure een gelijk oordeel valt te verwachten). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De vordering van [eiser] ter zake van betaling bij wijze van voorschot van achterstallige huur plus utiliteiten zal, als zijnde door [gedaagden] erkend, worden toegewezen (nu ook te dezen een gelijk oordeel valt te verwachten in een bodemprocedure). De over dat bedrag gevorderde rente zal, als zijnde niet door [gedaagden] bestreden, eveneens worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Afweging van de belangen van partijen maakt al het vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van [gedaagden] bij afwijzing van het door [eiser] verzochte ten opzichte van de belangen van [eiser] bij toewijzing daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>gedaagden] zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op (750,- + 246,55 + 246,55 =) Afl. 1.243,10 aan verschotten (griffierechten en kosten van oproepingen) en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-beveelt [gedaagden] het in Aruba te [adres] gelegen appartement binnen 14 dagen na de betekening aan [gedaagden] van dit vonnis te ontruimen met alle zich daarin van hunentwege bevindende personen en goederen, en onder afgifte van de sleutels daarvan ter vrije beschikking te stellen van [eiser];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk - des dat hetgeen de één heeft betaald de ander in zoverre bevrijdt - om aan [eiser] te betalen Afl. 43.468,05,-- aan achterstallige huur (plus kosten van utiliteiten) tot en met september 2018, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 1 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en voorts te vermeerderen met iedere na september 2018 verschenen maandelijkse huurtermijn ad Afl. 700,-- zolang [gedaagden] het appartement niet hebben ontruimd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [gedaagden] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.243,10 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>