<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-13T11:42:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800590</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:670">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:670</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-13T11:41:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:670 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 31-10-2018 / AUA201800590</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:670:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, verzet procedure</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:670:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 31 oktober 2018</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA201800590</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Opposant],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposant],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PRIMA CASA REAL ESTATE N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Prima Casa,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het op 31 augustus 2017 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) verzoekschrift van Prima Casa, met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 13 december 2017 onder zaaknummer B.B. 1816 van 2017/AUA201702149 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan Prima Casa van Afl. 4.188,-- te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 14 juli 2017, alsmede tot betaling aan Prima Casa van Afl. 350,-- aan proceskosten;</para>
      <para>- de op 2 maart 2018 ter griffie ingediende conclusie van eis in oppositie annex verzetschrift van [opposant], met producties;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in oppositie;</para>
      <para>- de tegen [opposant] verleende akte van niet dienen van een conclusie van repliek in oppositie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van Prima Casa afwijst, kosten rechtens.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Prima Casa voert verweer en concludeert dat [opposant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzet, althans tot kwaad opposant moet worden verklaard, althans tot afwijzing van het door hem verzochte, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren kosten rechtens.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>opposant] heeft onbetwist gesteld dat hij eerstens op 20 februari 2018 kennis heeft genomen van het op 13 december 2017 uitgesproken betalingsbevel waarvan verzet. Dat betekent dat [opposant] binnen de daartoe geldende termijn verzet heeft ingesteld, en daarom ontvankelijk is in zijn verzet. Het ontvankelijkheidsverweer van Prima Casa wordt verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>opposant] heeft de in de conclusie van antwoord in oppositie neergelegde stellingen van Prima Casa niet bestreden. Dat brengt mee dat vast komt te staan dat [opposant] Afl. 4.188,-- verschuldigd is aan Prima Casa aan achterstallige huur met betrekking tot het appartement gelegen in Aruba te [woonplaatst].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Vorenstaande brengt met zich dat [opposant] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <parablock>
        <para>opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van Prima Casa in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op </para>
        <para>Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 2).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposant] tot kwaad opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [opposant] in de proceskosten van Prima Casa in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 31 oktober 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>