<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:630</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-29T15:49:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201800036</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:630">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:630</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-29T15:49:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:630 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 24-10-2018 / AUA201800036</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:630:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, verdere onderbouwing door eiser, akte zijdens eiser</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:630:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 24 oktober 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. AUA201800036</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.O. Lopez.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben op 3 augustus 2016 de eenmanszaak [naam eenmanszak] ingeschreven in de kamer van koophandel. [eiser] in hoedanigheid van eigenaar en [gedaagde] in hoedanigheid van gevolmachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 18 april 2007 is ingeschreven de naamloze vennootschap Conexion ’R We N.V., met als enige bestuurder [gedaagde]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 5 maart 2008 is de eenmanszaak [naam eenmanszaak] opgeheven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Als productie 3 heeft [eiser] een schriftelijke verklaring van </para>
        <para>[adviseur] d.d. 16 november 2017 overgelegd. Hierin is onder meer te lezen;</para>
        <para>‘<emphasis role="italic">Ondergetekende was werkzaam bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid Aruba. Ten tijde van zijn dienstbetrekking heeft hij [gedaagde] van advies gediend met betrekking tot het opzetten van een onderneming in Aruba. [gedaagde] is een niet in Aruba geboren Nederlander en komt niet in aanmerking om zonder een vestigingsvergunning in eigen naam een onderneming (in het uitzendwezen) te voeren.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ondergetekende was bij twee gesprekken aanwezig - één in het kantoor van [gedaagde] in [plaats] en de tweede in restaurant [naam restaurant] - waarbij ondergetekende, [gedaagde] en [eiser] de opzet van ‘[naam eenmanszaak]’ hebben besproken in de vorm van een eenmanszaak […]. Ik hoorde partijen ter uitvoering van mijn advies de overeenkomst aangaan: [eiser] schrijft de eenmanszaak in als eigenaar in het handelsregister en [gedaagde] zal zich als gevolmachtigde inschrijven. Partijen hebben daarbij afgesproken dat [gedaagde] de onderneming in naam van [eiser] zal voeren, maar voor haar, [gedaagde]’s, eigen rekening. Dit arrangement was van tijdelijke aard en was bedoeld om [gedaagde] in de gelegenheid te stellen om vooruitlopende op de oprichting van Conexion ‘R We N.V. in elk geval aan de slag te gaan met de onderneming onder de mantel van een eenmanszaak in naam van [eiser], maar geheel voor rekening van [gedaagde]</emphasis>.’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <parablock>
        <para>Als productie 4 heeft [eiser] een schriftelijke verklaring overgelegd van [verklaarder]. Hierin is te lezen;</para>
        <para>‘<emphasis role="italic">Hierbij verklaar ik dat ik in de periode 2007-2008 toen ik nog werkzaam was als [functie] van het Dr. Horacio E. Oduber Hospitaal, contact heb gehad met [gedaagde] van het uitzendbureau [naam eenmanszaak]. [gedaagde] presenteerde zich als zelfstandige zakenvrouw, die voor zich zelf en voor eigen rekening als opdrachtnemer optrad onder voormelde handelsnaam. Ik had nooit contact gehad met [eiser], voor wat betreft het Uitzendbureau [eenmanszaak]. Ik had alleen contact met [gedaagde] en haar medewerkers</emphasis>.’ </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6 [</nr>
      <para>eiser] heeft over het jaar 2007 naheffingsaanslagen AOV/AWW en AZV ontvangen. Hiertegen heeft hij bezwaar gemaakt, doch dit bezwaar is ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Bij brief van 7 september 2017 heeft [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de betaling van belasting- en premieaanslagen, die voortvloeien uit de periode dat hij als eigenaar ingeschreven stond van de eenmanszaak [naam eenmanszaak].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag ad Afl. 73.272,82, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2018 tot de dag der voldoening, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>eiser] grondt de vordering erop dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van de mondelinge overeenkomst,  inhoudende dat zij de eenmanszaak voor haar rekening en risico zou drijven. Voor zo ver zij niet te kort is geschoten, heeft zij onrechtmatig gehandeld cq is er sprake van ongerechtvaardigde verrijking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is het beroep op verjaring. Dit wordt dan ook als eerste beoordeeld. Vast staat dat [eiser] op 1 juni 2016 bezwaar heeft ingediend tegen naheffingsaanslagen. Hierop heeft de inspecteur bij beschikking van 16 februari 2017 beslist en het bezwaar ongegrond verklaard. Om zijn moverende redenen heeft [eiser] besloten te berusten en na het verstrijken van de beroepstermijn was deze uitspraak op 16 april 2017 onherroepelijk. Vanaf deze datum is de verjaringstermijn gaan lopen. [eiser] heeft op 9 januari 2018 het onderhavige verzoekschrift ingediend, derhalve ruim binnen de verjaringstermijn van vijf jaar. Om deze reden wordt het beroep op verjaring dan ook verworpen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2 [</nr>
      <para>eiser] beroept zich primair op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de mondelinge afspraak tussen partijen, inhoudende dat [gedaagde] de eenmanszaak ‘[naam eenmanszaak] geheel voor eigen rekening en risico zou gaan exploiteren. [gedaagde] betwist deze stelling. Indien deze afspraak in rechte komt vast te staan, dient [gedaagde] [eiser] te vrijwaren voor alle kosten inclusief naheffingen, die voortvloeien uit de periode (3 augustus 2006 tot 5 maart 2008) dat de eenmanszaak [naam eenmanszaak] op naam van [eiser] stond.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 [</nr>
      <para>eiser] stelt dat hij op verzoek van [gedaagde] de eenmanszaak onder de handelsnaam [naam eenmanszaak] heeft ingeschreven bij de kamer van Koophandel, met [gedaagde] als volledige bevoegde gevolmachtigde. Deze stelling wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring van [adviseur], zoals geciteerd in r.o. 2.3 van dit vonnis. [adviseur] was destijds als adviseur betrokken bij de oprichting van [naam eenmanszaak]. Uit zijn verklaring volgt - anders dan [gedaagde] stelt - dat hij [gedaagde] destijds geadviseerd heeft met betrekking tot het opzetten van een eenmanszaak in Aruba. Uit zijn verklaring volgt voorts dat ten tijde van zijn advisering, de eenmanszaak [naam eenmanszaak] nog niet bestond. Ook volgt uit zijn verklaring dat [adviseur] uit eigen waarneming weet dat partijen het er over eens waren dat [gedaagde] de eenmanszaak [naam eenmanszaak] geheel voor eigen rekening en risico zou gaan drijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Uit de verder onweersproken verklaring van [verklaarder] volgt dat hij in de periode 2007-2008 uitsluitend contact heeft gehad met [gedaagde] en dat zij zich  presenteerde als zelfstandige zakenvrouw die voor zich zelf en voor eigen rekening als opdrachtnemer optrad onder de naam Uitzendbureau [naam eenmanszaak]. Ook deze verklaring vormt een concrete aanwijzing voor de stelling van [eiser] dat hij zich nimmer met de bedrijfsvoering van [naam eenmanszaak] bezig hield. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft beide schriftelijke verklaringen niet dan wel onvoldoende feitelijk weersproken. Voorts staat vast dat [gedaagde] op 18 april 2007 de naamloze vennootschap Conexion ‘R We heeft opgericht. Deze naamloze vennootschap heeft dezelfde doelstellingen als de eenmanszaak [naam eenmanszaak]. Aangenomen wordt dan ook dat [gedaagde] de activiteiten van de eenmanszaak heeft ondergebracht in haar naamloze vennootschap. In het licht van de geschetste feiten en omstandigheden gaat het gerecht ervan uit dat [eiser] slechts als stroman heeft gefungeerd, omdat het voor [gedaagde] in eerste instantie niet mogelijk was om een onderneming te vestigen in Aruba. Voorts gaat het gerecht op basis van de niet weersproken verklaring van [adviseur] ervan uit dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] de eenmanszaak voor eigen rekening en risico zou gaan drijven. Dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de kosten en/of aanslagen die betrekking hebben op de periode gelegen tussen de dag (3 augustus 2006) waarop de eenmanszaak [naam eenmanszaak] bij de Kamer van Koophandel werd ingeschreven  en uitgeschreven (5 maart 2008). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Bij brief van 17 september 2017 heeft [eiser] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor een bedrag van Afl. 36.636,4, zijnde naheffingen tot en met 31 augustus 2017.  In het verzoekschrift stelt [eiser] evenwel dat hem over het belastingjaar 2007 een naheffing is opgelegd van Afl. 73.272,82. Dit volgt volgens [eiser] uit productie D bij het verzoekschrift.  Deze stelling onderschrijft het gerecht niet. Productie D is naar het oordeel van het gerecht te vaag om deze conclusie te onderschrijven. Immers, niet alleen is de bron van deze productie onbekend, ook is onduidelijk of het wel om [naam eenmanszaak] gaat en zo ja, op welke jaren de betreffende aanslagen betrekking hebben. Daar komt bij dat noch uit het  overgelegde bezwaarschrift van [eiser] noch uit de beschikking op dit bezwaar volgt dat het gaat om een bedrag van Afl. 73.272,82 zoals thans gevorderd wordt. Evenmin heeft [eiser] aangetoond dat hij dit bedrag daadwerkelijk aan de belastingdienst heeft betaald. Het gerecht is dan ook van oordeel dat [eiser] zijn vordering onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Hoewel dit proces-technisch een grond is om de vordering aanstonds af te wijzen, zal het gerecht de zaak om proces-economische redenen naar de rol verwijzen voor akte onderbouwing van de door [de eiser] ten behoeve van de eenmanszaak [naam eenmanszaak] over 2006, 2007 en/of 2008 betaalde belasting en/of premie-aanslagen. Niet alleen dient [eiser] de betreffende definitieve aanslagen over te leggen, tevens dient hij deugdelijke betalingsbewijzen in het geding te brengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="underline">woensdag 21 november 2018</emphasis> voor akte als bedoeld in r.o. 4.6 en 4.7 aan de zijde van [eiser];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>bepaald dat [gedaagde] aansluitend in de gelegenheid wordt gesteld om een antwoord-akte te nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 24 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>