<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:551</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-25T10:52:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201801562</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:551">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:551</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-25T10:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:551 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 11-09-2018 / AUA201801562</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:551:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Voorwaardelijke ontbinding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:551:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 11 september 2018</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. AUA201801562</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DIVISINO N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Divisino,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.L. Peterson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verweerder],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerder],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Die behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 20 augustus 2018. Divisino is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die vergezeld werd door mw. [naam manager] (manager personeelszaken bij Divisino). Hoewel behoorlijk opgeroepen is [verweerder] niet ter zitting verschenen. Divisino heeft kort het woord gevoerd onder overlegging van een door dit Gerecht als voorgedragen beschouwde pleitnota, en heeft gepersisteerd bij haar vordering en de daaraan door haar ten gronde gelegde stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Divisino verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbindt op grond van de in het verzoekschrift omschreven gewichtige redenen indien en voorzover bij rechterlijk gewijsde komt vast te staan dat die overeenkomst nog steeds bestaat, zonder toekenning aan [verweerder] van een door Divisino te betalen billijkheidsvergoeding, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>verweerder] heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>verweerder] heeft de door Divisino aan haar vordering ten gronde gelegde stellingen niet weersproken. Die vaststaande stellingen brengen mee dat vordering van Divisino onrechtmatig noch ongegrond voorkomt. Uit die stellingen volgt immers dat [verweerder] op 5 mei 2018 een dringende reden heeft gegeven aan Divisino voor ontslag door na diverse disciplinaire maatregelen dienaangaande wederom veel te laat op zijn werk bij Divisino te verschijnen. Die dringende reden heeft te gelden als gewichtige reden die de ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, en staat in de weg aan toekenning aan [verweerder] van een ontbindingsvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De slotsom luidt dat het door Divisino verzochte zal worden toegewezen als na te melden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>verweerder] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Divisino, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 214,75 =) Afl. 664,75 aan verschotten (griffierecht en oproepkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-ontbindt per onmiddellijk de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst indien en voorzover bij rechterlijk gewijsde komt vast te staan dat die overeenkomst nog steeds bestaat, zonder toekenning aan [verweerder] van een ontbindingsvergoeding naar billijkheid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Divisino, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 664,75 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_45904c89-7875-433c-a1cb-fbce845bdf7c" label="1">
    <para>[1] Zie onderaan bijlage Formele relaties</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f6208e47-f09e-4634-abd5-36a56fa1327f" label="2">
    <para>[2] Zie onderaan bijlage Overzicht rechtsgebieden</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aca79436-fea0-418f-b171-d244d89d2594" label="3">
    <para>[3] Zie onderaan bijlage Bijzondere kenmerken van uitspraak</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>