<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-17T10:57:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA 201802566</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:543">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:543</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-17T10:57:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:543 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-09-2018 / AUA 201802566</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:543:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht. kort geding. verzoek ontruiming afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:543:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis in kort geding van 12 september 2018</para>
    <para>Behorend bij K.G. AUA 201802566</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift met producties;</para>
    <para>- nadere producties van [gedaagde], ingediend op 30 augustus 2018;</para>
    <para>- nadere productie van [eiser], ingediend op 31 augustus 2018;</para>
    <para>- de pleitnota van [gedaagde];</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 31 augustus 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag vonnis zou worden gewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst huurt [gedaagde] van [eiser] met ingang van 1 oktober 2017 voor een periode van 12 maanden de woning gelegen aan [adres] te Aruba (hierna: de woning). De huurprijs bedraagt </para>
        <para>Afl. 3.500,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2	[</nr>
      <para>gedaagde] woont met haar man, haar moeder en drie minderjarige kleinkinderen in de woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft de huur over de maanden juni en juli 2018 niet betaald. [gedaagde] heeft de huur over de maanden vóór juni 2018 en vanaf augustus 2018 wel betaald.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 	[</nr>
      <para>eiser] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para>- onmiddellijke ontruiming van de woning, onder verbeurte van een dwangsom van </para>
      <para>Afl. 500,- per dag of gedeelte van een dag,</para>
      <para>- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 10.500,- te vermeerderen met wettelijke rente,</para>
      <para>met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 	[</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen verweer, met vordering  tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] een huurachterstand heeft van twee maanden, derhalve van een bedrag van Afl. 7.000,-. Ter terechtzitting heeft [gedaagde] verklaard dat deze huurachterstand is ontstaan door een bijzondere omstandigheid, maar dat thans geen sprake meer is van deze omstandigheid. [gedaagde] heeft vanaf augustus 2018 de huur betaald en is voornemens en in staat om door middel van een betalingsregeling de huurachterstand zo spoedig mogelijk in te halen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Gelet op de omstandigheid dat (I) de huurachterstand twee maanden betreft, (II) [gedaagde] voornemens en volgens haar eigen verklaring in staat is om deze achterstand binnen afzienbare tijd in te halen, (III) onvoldoende aannemelijk is geworden dat er sprake is van een structurele huurbetalingsachterstand en (IV) de huurovereenkomst voor de duur van 12 maanden, derhalve tot 1 oktober 2018, is aangegaan, maakt dat een redelijke afweging van belangen van huurder en verhuurder met zich brengt dat er geen aanleiding is om [gedaagde], die de zorg voor haar drie minderjarige kinderen en haar moeder heeft, thans (korte tijd voor het aflopen van het huurcontract)  te bevelen de woning onmiddellijk te ontruimen. Evenmin ziet het gerecht aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] te veroordelen tot betaling van het door [eiser] gevorderde bedrag. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] niet in staat is de achterstallige huur van Afl. 7.000,- binnen afzienbare tijd te voldoen. Ook is onvoldoende aannemelijk geworden dat [eiser] in financiële problemen is geraakt en het treffen van een voorziening, in de zin van betaling van een voorschot, om die reden noodzakelijk is te achten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De slotsom is dat de vorderingen van [eiser] dienen te worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4	[</nr>
      <para>eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van [gedaagde] worden veroordeeld. Nu [gedaagde] in persoon procedeert, begroot het gerecht haar proceskosten op nihil. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Verheijen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 september 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>