<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-21T17:10:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Lar nr. AUA201800059</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:475">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:475</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-21T17:10:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:475 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-08-2018 / Lar nr. AUA201800059</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:475:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) - Het gerecht overweegt dat appellante niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar - het beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:475:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 20 augustus 2018</para>
    <para>Lar nr. AUA201800059</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>procederend in persoon,                               </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Appellante heeft op 11 mei 2017 bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder van 18 mei 2016 waarin het verzoek om een verblijfsvergunning voor haar dochter op grond van gezinshereniging, is afgewezen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaar heeft appellante op        10 januari 2018 beroep ingesteld bij het gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het gerecht overweegt dat appellante niet tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar. Nu niet is gebleken dat de bezwaaradviescommissie toepassing heeft gegeven aan haar bevoegdheid tot verlenging van de termijn voor het uitbrengen van haar advies, diende het beroepschrift, gelet op de artikelen 15, onderdeel a, 19, eerste lid, 20, eerste lid, en 27, tweede lid, van de Lar binnen twintig weken na het indienen van het bezwaarschrift te zijn ingediend, te weten uiterlijk op 26 oktober 2017. Nu het beroepschrift op 10 januari 2018 is ingediend, is de beroepstermijn overschreden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij brief van 23 februari 2018 heeft het gerecht appellante in de gelegenheid gesteld om aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden, zoals bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Lar. Appellante heeft van de haar geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 32, onderdeel a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen, indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het gerecht zal dan ook als volgt beslissen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van  maandag, 20 augustus 2018, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). </para>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de dag van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>