<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-07T13:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. AUA201801348</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:460">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-07T13:26:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:460 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 25-07-2018 / K.G. no. AUA201801348</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:460:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, kort geding, proceskostenveroordeling bij vonnis in (een door eiser ingetrokken) kort geding: in geval van een door eiser ingetrokken kort geding doet een (tijdig) verzoek van gedaagde tot veroordeling van eiser in de proceskosten de aanhangigheid van de zaak niet vervallen; liquidatietarief bij afdoening buiten liquidatie ook van toepassing in een door eiser ingetrokken kort geding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:460:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 25 juli 2018 (bij vervroeging)</para>
    <para>Behorend bij K.G. no. AUA201801348</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in kort geding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.S. Croes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ECOTECH N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Ecotech,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">NETHERLANDS ANTILLES GENERAL INSURANCE COMPANY N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Nagico,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.F. Kuster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gedaagden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de beslissing van dit Gerecht dat de mondelinge behandeling van de zaak zal plaatvinden op 1 juni 2018 om 09:30 uur;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ten behoeve van die behandeling door Nagico op 31 mei 2018 om 13:45 uur ingediende producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het schrijven van (de gemachtigde van) [eiseres] van 1 juni 2018, inhoudende de mededeling dat [eiseres] de zaak intrekt onder aanbieding van een kostenvergoeding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het schrijven van (de gemachtigde van) Nagico van 1 juni 2018, inhoudende het verzoek om de behandeling van de zaak door te laten gaan ter verkrijging van een uitspraak omtrent een door [eiseres] te betalen vergoeding met betrekking tot proceskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolbeslissing van dit Gerecht van 1 juni 2018, krachtens welke de zaak is verwezen  naar de rol van 13 juni 2018 voor akte uitlating zijdens Nagico ter zake van proceskosten, en [eiseres] in de gelegenheid is gesteld om vervolgens een contra-akte te nemen ter rolzitting van 27 juni 2018.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ter zake van het verzoek van Nagico om een door [eiseres] te betalen vergoeding van beweerdelijke reëel gemaakte proceskosten met betrekking tot het door [eiseres] ingetrokken kort geding overweegt het Gerecht in het licht van de door de Hoge Raad te dezen beantwoorde prejudiciële vragen gepubliceerd onder NJ 2018, 56 als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Indien de eiser het kort geding intrekt brengen de eisen van een goede procesorde in het algemeen mee dat de aanhangigheid daarvan niet komt te vervallen indien de gedaagde tijdig aan de eiser en het Gerecht mededeelt dat het geding desondanks doorgang dient te vinden omdat hij een beslissing van het Gerecht omtrent de proceskosten verlangt. Indien de gedaagde niet al voor de aangezegde datum een mededeling als zojuist bedoeld tot de eiser en het Gerecht richt, staat hem daartoe nog een termijn ten dienste van veertien dagen na de datum waartegen hij was opgeroepen. Hij dient dus, indien de behandeling niet al op de aangezegde dag plaatsvindt, binnen deze termijn het Gerecht om een (nieuwe) datum te verzoeken waarop zijn hiervoor bedoelde vordering in beginsel wordt behandeld. Hij behoort voorts tijdig mededeling aan de eiser te doen van de mogelijk door het Gerecht bepaalde datum. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In het algemeen geldt voorts het volgende. Indien de gedaagde een vergoeding van zijn proceskosten van de eiser verlangt, en de eiser betwist dat de gedaagde voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt of de hoogte daarvan bestrijdt, ligt het op de weg van de gedaagde om de kosten waarvan hij vergoeding vordert, te specificeren en aannemelijk te maken. Deze vordering is - afgezien van het bepaalde in artikel 1019h (https://www.navigator.nl/document/openCitation/%20id387452bfe522839dca81bea3555af8f5) RvNed, zo die niet in Aruba bestaande wettelijke bepaling analoog zou worden toegepast inzake een Arubaans kort geding met betrekking tot rechten van intellectuele eigendom - niet toewijsbaar buiten de in artikel 63a Rv getrokken grenzen. In dit verband verdient nog opmerking dat het liquidatietarief een regeling bevat voor het geval de eiser het geding intrekt voordat de gedaagde een proceshandeling (kan) verricht(en), welke regeling zich mede leent voor toepassing in kort geding. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.4.1</nr>
        <para>In het licht van vorenstaande stelt het Gerecht vast dat Nagico tijdig het hiervoor bedoelde verzoek heeft ingesteld, zodat Nagico in dat verzoek kan worden ontvangen. Het Gerecht stelt voorts en overigens vast dat - zo het begrijpt - [eiseres] in haar intrekkingsbrief heeft aangeboden de proceskosten van Nagico te vergoeden.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.2</nr>
        <para>In het licht van vorenstaande stelt het Gerecht verder vast dat Ecotech bedoeld verzoek niet heeft ingesteld, terwijl de termijn daarvoor reeds is verstreken. Met betrekking tot Ecotech volgt dan ook geen uitspraak, omdat door de intrekking van de zaak door [eiseres] en het achterwege blijven van bedoeld verzoek zijdens Ecotech de zaak jegens haar - anders dan in geval van Nagico - niet langer aanhangig is.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Nu Nagico met betrekking tot haar het verzoek tot vergoeding van proceskosten een akte heeft genomen, inhoudende een opgave/uiteenzetting van de volgens haar gemaakte proceskosten en [eiseres] te dien aanzien een contra-akte heeft genomen kan naar het oordeel van het Gerecht een mondelinge behandeling van de zaak op dit punt achterwege kan blijven, en zal uitspraak worden gedaan op grond van de stukken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Anders dan Nagico, die bij akte heeft verzocht om een door [eiseres] te betalen vergoeding van (volgens Nagico gemaakte) reële proceskosten in totaal ad Afl. 6.762,08, concludeert [eiseres] bij akte tot begroting van de proceskosten conform het liquidatietarief.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gelet op de in artikel 63a Rv getrokken grenzen, binnen welke de beweerdelijke kosten veroorzaakte verrichtingen van Nagico naar het oordeel van het Gerecht vallen<footnote-ref linkend="_ffc5a9f6-ecec-479c-b240-861be6792407" />, in verbinding en samenhang gelezen met het hoofdstuk II van het liquidatietarief (tarief bij afdoening buiten liquidatie) worden de proceskosten van Nagico als volgt begroot. Voor de door Nagico verrichte werkzaamheden wordt 0,5 punt van het liquidatietarief in aanmerking genomen. Het belang van de (ingetrokken) zaak wordt blijkens het petitum van het verzoekschrift van [eiseres] (in Arubaanse florins) vastgesteld op (5.184,40 + 42.000,-- + 4.800,-- + 17.300,-- + 14.400,-- + (50% van (653.976,-- + (het equivalent in Arubaans courant van US$ 372.000,-- =) 662.160,-- +74.400,-- + 223.200,-- =) 806.868,-- +120.000 + (50% van 111.600,-- =) 55.800,-- = Afl. 1.066.352,40. Aldus is tarief 10 van het liquidatietarief (ad Afl. 5.000,-- per punt) te dezen van toepassing. Eén en ander brengt mee dat de door [eiseres] te betalen vergoeding voor de proceskosten van Nagico (forfaitair) wordt vastgesteld op (0,5 x 5.000,-- =) Afl. 2.500,--. [eiseres] zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag aan Nagico.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Analoog aan het bepaalde in het vierde lid van artikel 209 Rv zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Nagico, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,--;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voormelde veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders door Nagico verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op woensdag 25 juli 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ffc5a9f6-ecec-479c-b240-861be6792407" label="1">
    <para> Dit klemt temeer omdat blijkens de brief van Nagico van 1 juni 2018 aannemelijk is dat een substantieel deel van de door Nagico verrichte werkzaamheden (mede) zullen dienen ter onderbouwing van haar voorgenomen aangifte jegens Werleman ter zake van (poging tot) verzekeringsfraude.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>