<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:45</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T14:32:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B. nr. 1141 van 2017/AUA201701009</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:45">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:45</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T14:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:45 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 17-01-2018 / B.B. nr. 1141 van 2017/AUA201701009</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:45:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Geldvordering uit hoofde van de huurovereenkomst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:45:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 17 januari 2018</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. 1141 van 2017/AUA201701009</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [Eiseres],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [Gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord;</para>
        <para>-de conclusie van repliek;</para>
        <para>-de op 15 november 2017 tegen [Gedaagde] verleende akte van niet dienen van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>[Eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [Gedaagde] beveelt om aan [Eiseres] te betalen Afl. 845,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 23 februari 2017 en met 15% aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>[Gedaagde] voert verweer en concludeert dat [Eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [Eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van [Gedaagde] wordt daarom verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Vast staat tussen partijen dat [Gedaagde] een inmiddels door haar ontruimde woning heeft gehuurd van [Eiseres], en dat [Gedaagde] krachtens de tussen partijen gesloten huurovereenkomst onder meer bij het einde van die overeenkomst die woning in goede staat moest opleveren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>[Gedaagde] heeft tegen die achtergrond (de juistheid van) de bij gelegenheid van repliek opgeworpen nadere stellingen van [Eiseres] niet weersproken. Vast komt daarom te staan dat [Gedaagde] de woning heeft verlaten terwijl de muren daarvan vies, vuil en vol met vlekken bleken te zijn, en dat [Gedaagde] van de zes bij aanvang van de huur aan haar gegeven sleutels van de woning er maar drie heeft ingeleverd bij [Eiseres]. Door aldus te handelen heeft [Gedaagde] zich jegens [Eiseres] schuldig gemaakt aan wanprestatie, en is [Gedaagde] gehouden de schade die [Eiseres] heeft geleden als gevolg daarvan te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>In dat verband heeft [Eiseres] niet of onvoldoende bestreden gesteld dat die schade (bestaande uit kosten van herstel) Afl. 845,-- bedraagt. [Gedaagde] zal tot betaling van dat bedrag worden veroordeeld, te vermeerderen met wettelijke rente zoals bij de hiervoor geschetste stand van zaken niet of onvoldoende bestreden gevorderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Ter zake van de verzochte vergoeding voor kosten van verkrijging van voldoening buiten rechte wordt het volgende overwogen. Het Gerecht volgt [Gedaagde] in haar onbestreden standpunt dat de enkele door [Eiseres] overgelegde aanmaningsbrief een verrichting betreft waarvoor ingevolge artikel 63a Rv de regels ter zake van proceskosten van toepassing zijn. Dat die aanmaning is uitgebracht aan [Gedaagde] bij deurwaardersexploot maakt dat niet anders. De hier besproken nevenvordering van [Eiseres] zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>[Gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten. Er worden geen punten van het  liquidatietarief geliquideerd, nu [Eiseres] in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten beroepsmatig optredende procesgemachtigde.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-beveelt [Gedaagde] om aan [Eiseres] te betalen Afl. 845,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 23 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [Gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-- aan verschotten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>