<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T14:10:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. AUA201801775</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:441">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:441</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T14:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:441 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 13-07-2018 / K.G. AUA201801775</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:441:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, kort geding, niet op eenvoudige wijze vast te stellen wie de rechthebbende op de auto is, geen plaats voor bewijslevering in kort geding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:441:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis in kort geding van 13 juli 2018 </para>
    <para>Behorend bij K.G. AUA201801775.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam eiseres]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.F. Falconi,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R. Marchena.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 21 juni 2018;</para>
      <para>- de producties zijdens [gedaagde], ingediend op 28 juni 2018;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 29 juni 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. In september 2017 is de relatie tussen partijen verbroken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Sindsdien heeft [eiseres] gebruik gemaakt van een auto, Infinity model M37, VIN#JN1BY1AP4CM335393, bouwjaar 2012, kleur zwart (hierna te noemen: de auto).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft op 7 juni 2018 (behorend bij AUA20180158) conservatoir derdenbeslag gelegd op de auto.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <para>a. het bij partijen genoegzaam bekende door [gedaagde] ten laste van [eiseres] gelegde conservatoir derdenbeslag van 7 juni 2018 met onmiddellijk ingang opheft op straffe van verbeurte van een dwangsom van Afl. 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] dat bevel niet opvolgt; </para>
      <para />
      <para>b. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer dat zonodig bij de beoordeling aan de orde komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De spoedeisendheid van de zaak vloeit voort uit de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Toewijzing van een vordering in kort geding is alleen mogelijk indien, vooruitlopend op de bodemprocedure, reeds nu met voldoende zekerheid kan worden gesteld dat de vordering door de bodemrechter zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vraag die thans moet worden beantwoord luidt of - in het kader van dit kort geding - met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat  [eiseres] eigenaar is van de auto en om deze reden belang heeft bij opheffing van het beslag. Ter onderbouwing van de stelling dat de auto haar eigendom is, heeft [eiseres] het bewijs van registratie motorrijtuigbelasting, de keuringsafspraak alsmede het verzekeringsbewijs per 1 juni 2018 overgelegd. Deze documenten staan op haar naam.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen die stelling van [eiseres] en heeft dit onderbouwd door het overleggen van de “<emphasis role="italic">Bill of sale</emphasis>” van 15 juni 2017. Hieruit blijkt uit dat [gedaagde] de auto heeft gekocht voor een bedrag van $ 9.900,-. Ook heeft [gedaagde] de factuur van Vicari Trading en een schriftelijke verklaring van [naam X], managing director van Vicari Trading overgelegd waaruit blijkt dat de auto in opdracht van [gedaagde] in Aruba is ingevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Geen van de door partijen overgelegde documenten levert evenwel overtuigend bewijs in hun voordeel op. Het enkele feit dat de een de invoerheffing heeft betaald en de ander de auto heeft geregistreerd bij het belastingkantoor, levert geen bewijs van eigendom op. Wie uiteindelijke de eigenaar is van de auto, is afhankelijk van de tussen partijen gemaakte afspraken hierover. Wat hebben partijen concreet met elkaar afgesproken toen zij besloten deze auto in de USA te kopen en in Aruba in te voeren? Niet uit te sluiten is dat beide partijen hebben bij gedragen in de koopsom en/of invoerrechten van de auto en zij wellicht beiden eigenaar zijn. In dat geval ligt het voor de hand dat partijen afspreken aan wie de auto zal worden toebedeeld en onder welke voorwaarde. Denkbaar is dat degene die de auto overneemt, de ander de door hem of haar betaalde kosten terugbetaalt. Indien geen van partijen hiertoe in staat is, kunnen zij de auto verkopen en de opbrengst naar evenredigheid verdelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Nu partijen over en weer elkaars stellingen betwisten, is niet op eenvoudige wijze vast te stellen wie de rechthebbende op de auto is. Op [eiseres] rust in beginsel de bewijslast van haar stelling dat zij de eigenaar is van de auto. Ter gelegenheid van de mondeling behandeling heeft zij dit bewijs aangeboden. Zoals reeds besproken ter zitting is voor bewijslevering in kort geding geen plaats. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de vordering van [eiseres] niet kan toewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7 [</nr>
      <para>eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.500,- aan salaris voor de gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [gedaagde], tot op heden begroot op Afl. 1.500,- aan salaris voor de gemachtigde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 13 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>