<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T12:21:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. AUA201801331</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:438">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:438</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T12:21:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:438 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-07-2018 / K.G. AUA201801331</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:438:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Verstek. Opheffing conservatoir beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:438:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis in kort geding van 4 juli 2018</para>
    <para>Behorend bij K.G. AUA201801331</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Chris Lejuez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Aruba of elders,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 16 mei 2018;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 21 juni 2016.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Mr. Lejuez is namens eiser verschenen, alsmede oorspronkelijk gedaagde sub 3, [naam gedaagde sub 3]. Hoewel deugdelijk opgeroepen is gedaagde niet ter zitting verschenen. Eiser heeft gepersisteerd in het door hem gevorderde ten aanzien van gedaagde en de vordering jegens de oorspronkelijk gedaagden sub 2, [naam gedaagde sub 2], en sub 3, hiervoor genoemd, ingetrokken, waardoor de situatie zoals bedoeld in artikel 82 Rv zich niet meer voordeed. Ter zitting is daarom verstek verleend tegen gedaagde en vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <para>Eiser vordert dat het gerecht gedaagde beveelt om binnen 7 dagen  na dit vonnis, dan wel een andere door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, het door gedaagde op 22 maart 2000 op het onroerend goed c.q. recht van erfpacht op het perceel met kadastrale aanduiding [kadastrale nummers] gelegd conservatoir beslag op te heffen, althans het door haar daarop gelegd beslag vervallen te verklaren, althans een ander door het gerecht in goede justitie te geven beslissing opdat het voor verzoeker gekochte recht van erfpacht door oorspronkelijk gedaagden [sub 2] en [sub 3] aan verzoeker danwel een door hem aan te geven persoon overgedragen kan worden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het spoedeisend belang ligt besloten in de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Gedaagde heeft de vorderingen van eiser en de daaraan ten gronde gelegde stellingen niet bestreden. De primaire vordering, die overigens onrechtmatig noch ongegrond voorkomt, zal daarom worden toegewezen in na te noemen zin. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van eiser, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, Afl. 460,58 aan kosten van oproeping en Afl. 1.000,- aan salaris voor de gemachtigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>beveelt gedaagde om binnen 7 dagen na de betekening van dit vonnis het door gedaagde op 22 maart 2000 op het onroerend goed c.q. recht van erfpacht op het perceel met kadastrale aanduiding [kadastrale nummers] gelegd conservatoir beslag op te heffen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van eiser, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,- aan griffierechten, Afl. 460,58 aan oproepingskosten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>