<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-11T09:51:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1080 van 2017 / AUA201700925</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:393">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T13:53:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:393 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-06-2018 / A.R. 1080 van 2017 / AUA201700925</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:393:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Op grond van artikel 40 van de Advocatenlandsverordening 1959 zoals gewijzigd bij P.B. 1985 no. 118 verstrekt de Raad van Toezicht in begrotingsprocedures een bevelschrift. Dat is voor executie vatbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:393:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 27 juni 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1080 van 2017 / AUA201700925</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ADVOCATENPRAKTIJK […] N.V.</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Ch. Lejuez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde] </emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de conclusie van repliek;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek;</para>
    <para>- de akte uitlating producties.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. [gedaagde] is inmiddels overleden. Daarvan is het gerecht formeel pas in kennis gesteld nadat deze zaak in staat van wijzen is gekomen zodat de procedure niet kan worden geschorst. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiseres] heeft [gedaagde] bijgestaan in een aantal juridische procedures en juridische diensten aan hem verleend. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij uitspraak van 10 juli 2014 (RvT 733/2012 en 1270/2012) heeft de Raad van Toezicht declaraties van [eiseres] begroot. Het daartegen door [gedaagde] ingesteld beroep werd ongegrond bevonden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Sindsdien heeft [gedaagde] een deel van het openstaande bedrag betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>[eiseres] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van Afl. 11.366,, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, waaronder explootkosten, met veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>[eiseres] grondt de vordering op toerekenbare tekortkoming door [gedaagde] in de nakoming van de uit de opdrachtovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichting. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>[gedaagde] voert hiertegen verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>[gedaagde] wijst erop dat de declaraties waarvan [eiseres] in dit geding betaling vordert al zijn begroot door de Raad van Toezicht. Dat wordt niet weersproken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 40 van de Advocatenlandsverordening 1959 zoals gewijzigd bij P.B. 1985 no. 118 verstrekt de Raad van Toezicht in begrotingsprocedures een bevelschrift. Dat is voor executie vatbaar. [eiseres] heeft dan ook geen belang bij toewijzing van de vordering voor zover dit het honorarium betreft. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het is vaste rechtspraak van de Raad van Toezicht dat desgevraagd ook buitengerechtelijke kosten en (wettelijke of overeengekomen) rente worden begroot. In zoverre [eiseres] die bedragen niet heeft doen begroten is de burgerlijke rechter onbevoegd. Op grond van artikel 34 van de Advocatenlandsverordening 1959 is immers de Raad van Toezicht (exclusief) bevoegd om ook die kosten te begroten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De vordering moet dus deels worden afgewezen en voor het overige is de burgerlijke rechter onbevoegd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eiseres] worden veroordeeld de proceskosten van [gedaagde] te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de gevorderde buitengerechtelijke kosten en (wettelijke) rente;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het gevorderde voor het overige af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 2.000, aan salaris van de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>