<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-28T15:06:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. no. AUA201800195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-28T15:06:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:378 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 20-06-2018 / A.R. no. AUA201800195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel, betalingsverplichtingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 20 juni 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA201800195</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOLKSKREDIETBANK VAN ARUBA</emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres, hierna ook te noemen: VKB,</para>
      <para>gemachtigde:  de advocaat mr. drs. T.D. Croes-Fernandes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[GEDAAGDE] </emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de verdere procedure blijkt uit het tussenvonnis van 28 maart 2018 waarin een comparitie van partijen is gelast. De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 9 mei 2018. Op voornoemde comparitie is verschenen VKB bij mr. haar gemachtigde voornoemd. Hoewel deugdelijk opgeroepen is [gedaagde] niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft met VKB een overeenkomst van geldlening gesloten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] is in gebreke gebleven met de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichting.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>VKB vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een hoofdsom van Afl. 23.327,91,  de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 2.332,79 en  de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>VKB grondt de vordering erop dat [gedaagde] toerekenbaar tekortkomt in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen en zij in verband daarmee incassokosten heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] voert hiertegen geen inhoudelijk verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft de vordering erkend, maar stelt dat zij wegens persoonlijke omstandigheden niet in staat is om haar aflossingsverplichting na te komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Nu de hoogte van de vordering niet wordt weersproken en voldoende aannemelijk is dat VKB buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, is de vordering toewijsbaar met dien verstande dat de door VKB gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot Afl. 1.500,- conform het nieuwe procesreglement (naar rato van 1,5 punt van het liquidatietarief), nu niet is gebleken dat toewijzing voor meer dan dit bedrag redelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 [</nr>
      <parablock>
        <para>gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, aan de zijde van VKB begroot op Afl. 750,00 aan griffierecht, </para>
        <para>Afl. 385,02 aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan salaris gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan VKB van een bedrag van Afl. 23.327,91, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 1.500,-;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van VKB worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 385,02 aan explootkosten en Afl. 2.000,- aan salaris van de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 20 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>