<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:36</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-09T11:46:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 1809 van 2017/AUA201702133</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:36">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:36</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-09T11:45:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:36 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-01-2018 / EJ nr. 1809 van 2017/AUA201702133</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:36:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, partneralimentatie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:36:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 16 januari 2018 </para>
    <para>behorend bij EJ nr. 1809 van 2017/AUA201702133.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de alimentatiezaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam verzoeker]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKER, hierna: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.A.D.A. Carlo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam vrouw]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, [adres], </para>
      <para>VERWEERSTER, hierna: de vrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 31 augustus 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift en producties zijdens de vrouw, ingediend op 7 december 2017,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 12 december 2017, waaruit blijkt dat is verschenen de man in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde. De vrouw is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <para>Partijen zijn elkaars vroegere echtgenoten. Bij beschikking van dit gerecht van 7 februari 1973 is de man veroordeeld om aan de vrouw voor haar levensonderhoud te betalen een bedrag van Afl. 400,- per maand.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW). Ingevolge die bepaling kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, bij latere uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen of indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wijziging van bovengenoemde beschikking van 7 februari 1973 in die zin dat de bijdrage van de man in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw wordt bepaald op nihil. Daartoe wordt aangevoerd dat hij thans onvoldoende draagkrachtig is om bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De vrouw voert in haar verweerschrift - naar het gerecht begrijpt - aan dat zij nog steeds behoefte heeft aan het vastgestelde bedrag aan partneralimentatie en dat de man financieel in staat is om dit alimentatiebedrag te voldoen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De man heeft de behoefte van de vrouw aan de vastgestelde partneralimentatie niet betwist. Uit de door de man overgelegde stukken blijkt dat hij een gemiddeld totaal inkomen heeft van Afl.  4.252,- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bij de vaststelling van de draagkracht van de man gaat het gerecht er vanuit dat hij een bedrag van minimaal Afl. 1.400,- per maand nodig heeft om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. In dit bedrag zitten begrepen de redelijke kosten ten aanzien van elektriciteit, van water, van telefoonaansluiting, van levensmiddelen en van autogebruik, zodat met de door de man opgevoerde daadwerkelijke kosten bij de vaststelling van de draagkracht niet afzonderlijk rekening zal worden gehouden. Het gerecht zal rekening houden met de posten “Loan Repayments Aruba Bank N.V.” ad Afl. 809,- per maand en “Caribbean Mercantile Bank N.V.” ad Afl. 830,- per maand, nu de noodzaak van deze kosten voldoende aannemelijk is gemaakt. Met de post “maid service” ad Afl. 585,- per maand zal geen rekening worden gehouden, nu niet is gebleken dat deze post prioriteit moet genieten boven de verplichting tot betaling van partneralimentatie. De overige (niet betwiste) opgevoerde lasten wordt de man geacht te betalen uit voornoemd forfaitair in aanmerking te nemen bedrag van Afl. 1.400,-. Het meerderjarig kind van de man die thuis woont en inkomsten heeft, dient ook bij te dragen in de kosten ten aanzien van het huishouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De totale in aanmerking te nemen (noodzakelijke) maandelijkse vaste lasten van de man bedragen, gelet op het vorenstaande, totaal afgerond Afl. 3.039,-. Uit het vorenstaande volgt dat de man maandelijks een bedrag overhoudt van (Afl. 4.252,- minus Afl. 3.039,- =) ca. Afl. 1.213,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Gelet op de draagkracht van de man is het gerecht van oordeel dat de man nog steeds in staat moet worden geacht om met het vastgestelde alimentatiebedrag ad Afl. 400,= per maand bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw. Het verzoek van de man zal derhalve worden afgewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 16 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>