<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-14T10:34:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 800 van 2017 / AUA201700716</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:356">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-14T10:34:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:356 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 13-06-2018 / A.R. 800 van 2017 / AUA201700716</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:356:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Eisers hebben geen bewijs bijgebracht. De stelling van eisers wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:356:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 13 juni 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 800 van 2017 / AUA201700716</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">JAGY N.V.</emphasis>
        <emphasis role="underline">,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Aruba, </para>
      <para>eiseres, hierna ook te noemen: Jagy,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.A.E. Rietveld,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde sub 1]</emphasis>, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>gedaagden, hierna ook te noemen: [gedaagde c.s.],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A. de Bie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para>- het tussenvonnis van 4 april 2018;</para>
    <para>- de akte uitlating bewijsopdracht.</para>
    <para>De zaak is naar de rol verwezen voor vonnis.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij vonnis d.d. 4 april 2018 zijn [gedaagde c.s.] in de gelegenheid gesteld om schriftelijke bewijsstukken zoals vermeld in de akte van 31 januari 2018, in het geding te brengen. Tot verbazing van het gerecht laten [gedaagde c.s.] bij akte van 2 mei j.l. weten dat zij niet in staat zijn de aangeboden transcripties van whatsappgesprekken in het geding te brengen, omdat er sprake zou zijn van een defecte telefoon. Wat hier verder ook van zij, dit laat onverlet dat [gedaagde c.s.] de overige aangeboden schriftelijke bewijsstukken wel in het geding hadden kunnen brengen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nu [gedaagde c.s.] geen bewijs hebben bijgebracht, wordt de stelling dat ‘Jaygy wist of redelijkerwijs kon weten dat het de bedoeling was dat Fred&amp;Fred F&amp;B Corporation N.V. de contractuele wederpartij van Jagy zou worden met betrekking tot de bedrijfsruimte gelegen te [adres] te Aruba èn dat […] toegezegd had de huurovereenkomst aan te passen’, als onvoldoende onderbouwd verworpen. Dit heeft tot gevolg dat de voorshands aangenomen stelling dat [gedaagde c.s.] de beoogde contractspartijen waren thans als vast staand aangenomen wordt. Aldus zijn [gedaagde c.s.] hoofdelijk aansprakelijk voor de ontstane huurschuld.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Nu de hoogte van de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, niet is weersproken, wordt deze toegewezen zoals verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De gevorderde herstelkosten worden afgewezen, nu deze niet zijn onderbouwd en voorts uit het proces-verbaal van constatering door deurwaarder [naam deurwaarder] op 31 maart 2017 volgt dat [gedaagde c.s.] het gehuurde in redelijke staat hebben achtergelaten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief op grond van hoofdstuk III van het procesreglement 2016.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De gevorderde dwangsommen worden afgewezen, nu deze niet verbonden kunnen worden aan een veroordeling, strekkende tot betaling van een geldsom.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7 [</nr>
      <para>gedaagde c.s.] worden, nu zij in het ongelijk zijn gesteld in de proces- en nakosten veroordeeld. De nakosten worden forfaitair begroot op Afl. 400,00 conform het liquidatietarief zoals vastgelegd in het procesreglement 2016. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>De rechter</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde c.s.] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van een bedrag ad Afl.108.272,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2017 tot de dag der voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde c.s.] hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure, aan de zijde van Jagy tot en met heden begroot op Afl. 1.080,00 griffierecht, Afl. 402,62 deurwaarderskosten en Afl. 4.000,00 voor salaris gemachtigde;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde c.s.] in de nakosten, welke inclusief betekeningskosten van dit vonnis, forfaitair worden begroot op Afl. 400,00;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>