<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-14T16:54:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. no. 2770 van 2017 / AUA201703455</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-11T13:48:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:346 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-06-2018 / E.J. no. 2770 van 2017 / AUA201703455</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Huurrecht. Termijnoverschrijding beroep is niet verschoonbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 5 juni 2018</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. 2770 van 2017 / AUA201703455</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[VERZOEKER]</emphasis>,	</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoeker],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[VERWEERSTER]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerster],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met producties, ingediend op 14 december 2017;</para>
      <para>- het verweerschrift met producties, ingediend op 20 maart 2018;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak op 24 april 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Uit de aantekeningen blijkt dat [verzoeker] in persoon en dat [verweerster] samen met haar gemachtigde ter zitting zijn verschenen. [Verzoeker] heeft ter zitting gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om te reageren op het verweerschrift van [Verweerster]. Vervolgens heeft [Verweerster] gebruik gemaakt van de aan haar geboden gelegenheid om nog te reageren op voormelde reactie van [Verzoeker].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beschikking van de huurcommissie van 14 november 2017, met kenmerk DHC/HOP/223/17 (hierna: de beschikking), is aan [Verweerster] toestemming verleend om de huurovereenkomst met [Verzoeker] (hierna: de huurovereenkomst) met betrekking tot de woning gelegen te [adres] in Aruba (hierna: het gehuurde) op te zeggen wegens een verstoorde relatie met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Verzoeker] heeft op 14 december 2018 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit gerecht. [Verzoeker] verzoekt het gerecht dat de beschikking wordt vernietigd, en het verzoek tot opzegging of beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>Verweerster] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheidsverklaring van het door [Verzoeker] ingestelde beroep en subsidiair tot bevestiging van de beschikking, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 van de Huurcommissieverordening, in verbinding met het vierde lid van artikel 12 daarvan, staat zowel voor [Verzoeker] als huurder als voor [Verweerster] als verhuurder gedurende veertien dagen na de dagtekening van de mededeling van de beschikking beroep open bij de rechter in eerste aanleg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>Verzoeker] heeft onbestreden gesteld dat hij de beschikking eerst op 21 november 2017 heeft ontvangen, toen hij om advies naar de huurcommissie is gegaan. Vervolgens heeft [Verzoeker] de beschikking op 30 november 2017 per post ontvangen. Het beroepschrift is vervolgens op 14 december 2017 ingediend. Volgens [Verzoeker] heeft hij pas op 14 december 2017 het uittreksel van het Bevolkingsregister ontvangen en kon hij het beroepschrift dan pas indienen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>Verweerster] heeft gesteld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en dat [Verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn beroep. [Verweerster] heeft onbestreden gesteld dat [Verzoeker] een advocaat in de arm had genomen en dat de advocaat van [Verzoeker] zoals gebruikelijk het beroepschrift op 5 december 2017 per fax had kunnen indienen om termijnoverschrijding te voorkomen. Het uittreksel van het Bevolkingsregister had [Verzoeker] achteraf kunnen overleggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het gerecht is van oordeel dat de termijn waarbinnen [Verzoeker] beroep kon instellen in elk geval is aangevangen op 21 november 2017, zijnde de dag waarop [Verzoeker] kennis heeft genomen of heeft kunnen nemen van de inhoud van de beschikking. Aldus kon [Verzoeker] uiterlijk op 5 december 2017 tijdig beroep instellen tegen de beschikking. Dat een medewerker van de huurcommissie tegen [Verzoeker] zou hebben gezegd dat de beroepstermijn pas begint te lopen wanneer hij de beschikking per post ontvangt maakt dat niet anders, nu [Verzoeker] zelf heeft aangegeven dat hij voorzien was van juridische bijstand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Het beroepschrift is op 14 december 2017 ingediend terwijl niet is gebleken dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De slotsom luidt dat [Verzoeker] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn beroep tegen de beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6 [</nr>
      <para>Verzoeker] zal, als de niet-ontvankelijk te verklaren partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van het liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart [Verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de beschikking;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [Verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [Verweerster], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 5 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>