<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-05T10:47:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. AUA201800114</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:341">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:341</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-05T10:47:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:341 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 29-05-2018 / E.J. AUA201800114</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:341:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opzegging huurovereenkomst. Herhaalde wanprestatie; geen verrekening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:341:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 29 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij E.J. AUA201800114</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoekster]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [verzoekster],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.A.J. van der Biezen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verweerster] </emphasis>, </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerster],</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. O.L. Sjiem Fat en G.M. Sjiem Fat.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het beroepschrift, ingediend op 18 januari 2018;</para>
    <para>- het verweerschrift;</para>
    <para>- de akte wijziging c.q. aanvulling verzoek;</para>
    <para>- de producties aan de zijde van [verzoekster];</para>
    <para>- de behandeling ter zitting van 17 april 2018 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>verweerster] woont sinds medio september 2017 in de woning aan de [adres]. De huurprijs bedraagt  Afl. 450,- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij besluit van 4 januari 2018 heeft de Huurcommissie van Aruba het verzoek van [verzoekster] om de huurovereenkomst met [verweerster] op te zeggen afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>verweerster] heeft nimmer de huurpenningen betaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>verzoekster] verzoekt - na wijziging van eis -de beslissing van de huurcommissie d.d 4 januari 2018 te vernietigen,  en te bepalen dat de  huurovereenkomst  tussen partijen  binnen een door het gerecht te bepalen termijn kan worden opgezegd, alsmede veroordeling van [verweerster] tot betaling van de huurachterstand van september 2017 tot en met april 2018 ad Afl. 3.375,- alsmede de kosten van de procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>verzoekster] grondt het verzoek erop dat er sprake is van herhaalde wanprestatie van de huurovereenkomst, waardoor er een huurachterstand is ontstaan vanaf het moment dat [verweerster] in de woning verblijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>verweerster] voert hiertegen verweer, dat bij de boordeling aan de orde komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Aan de orde is de vraag of de beslissing van de huurcommissie vernietigd dient te worden en [verzoekster] de huurovereenkomst alsnog mag opzeggen. Hiertoe wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 [</nr>
      <para>verweerster] betwist dat er sprake is van huurachterstand. Zij stelt dat zij mondeling met [verzoekster] is overeengekomen dat zij  het gehuurde zou opknappen en dat zij de kosten die  hiermee gemoeid zouden zijn, mocht verrekenen met de huur. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <para>verzoekster] betwist dat partijen een dergelijke mondelinge afspraak hebben gemaakt. Gelet op deze betwisting lag het op de weg van [verweerster] om de pretense overeenkomst nader feitelijk te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. [verweerster] heeft evenwel geen feiten gesteld die te bewijzen op te dragen zijn. Daar komt bij dat [verweerster] geen bewijs heeft aangeboden. Dit heeft tot gevolg dat er in rechte vanuit wordt gegaan dat tussen partijen geen mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van het renoveren van het gehuurde en het verrekenen van de kosten hiervan met de huurprijs. Aldus staat vast dat [verweerster] te kort is geschoten in haar betalingsverplichting. Deze tekortkoming rechtvaardigt de opzegging van het gehuurde, nu de achterstand meer dan drie maanden bedraagt. Het gerecht acht het niet geraden om aan de opzegging een termijn te verbinden, aangezien bij herhaalde wanprestatie de ontbinding per direct wordt uitgesproken.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <para>verweerster] wordt nu zij in het ongelijk is gesteld in de kosten van de procedure veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>bepaalt dat [verzoekster] de huurovereenkomst met [verweerster] kan opzeggen tegen elke door haar te bepalen dag, na betekening van dit vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt [verweerster] om aan [verzoekster] te voldoen een bedrag van Afl. 3.375,- zijnde de huurachterstand over de periode september 2017 tot en met april 2018;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verzoekster] begroot op Afl. 1.000,00 voor salaris gemachtigde. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>