<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-26T19:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 459 van 2017 / AUA201700431</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PR-Updates.nl PR-2018-0082</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:335">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:335</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-04T15:33:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:335 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-05-2018 / A.R. 459 van 2017 / AUA201700431</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:335:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verdeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:335:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 30 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 459 van 2017 / AUA201700431</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.M.R.F. Scheper,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.F.M. Zara.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie;</para>
    <para>- de conclusie van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie;</para>
    <para>- de conclusie van dupliek in conventie, tevens van repliek in reconventie;</para>
    <para>- de akte uitlating producties in conventie, tevens de conclusie van dupliek in reconventie.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn gehuwd geweest. Het echtscheidingsvonnis werd ingeschreven in het daartoe bestemde register op 25 juli 2016. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 6 september 2005 hebben zij gezamenlijk een woning gekocht aan de [adres] te Aruba, verder de woning. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De woning is bij [gedaagde] in gebruik. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>[eiser] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – na eiswijziging in conventie, samengevat, te bepalen dat de woning verkocht wordt voor Afl. 350.000, en de opbrengst bij helfte wordt verdeeld, met nevenvorderingen, en te bepalen dat [gedaagde] een gebruiksvergoeding van Afl. 1.396,67 per maand vanaf oktober 2016 moet betalen veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>[eiser] grondt de vordering erop dat hij niet gehouden is in de onverdeeldheid te blijven en het redelijk is dat [gedaagde] een gebruiksvergoeding betaalt voor het exclusief gebruik van de woning. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>[gedaagde] voert hiertegen verweer, met vordering tot veroordeling van [eiser] in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>[gedaagde] vordert in reconventie verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de pensioenrechten, met veroordeling van [eiser] tot vergoeding van de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>[gedaagde] grondt de vordering erop dat de gemeenschap niet alleen de woning omvat. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>[eiser] voert tegen de vordering in reconventie verweer, met vordering – uitvoerbaar bij voorraad – tot veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING IN CONVENTIE EN IN RECONVENTIE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>[eiser] heeft gemotiveerd gesteld en door overlegging van de een kopie van het echtscheidingsvonnis en de akte van levering van de woning onderbouwd, dat partij buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd zijn geweest. Dat is niet voldoende gemotiveerd weersproken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het gevolg daarvan is dat er – buiten gemeenschappelijk verkregen goederen – niets te verdelen is. Dat geldt, bij gebrek aan een wettelijke regeling die in alle gevallen verevening van de pensioenrechten voorschrijft zoals in […], ook voor de pensioenrechten. De reconventionele vordering stuit daarop af. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [gedaagde] de proceskosten van [eiser] in reconventie moeten vergoeden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Met betrekking tot de woning heeft [gedaagde] aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen verdeling van de woning. Door [gedaagde] wordt niet een bepaalde wijze van verdeling voorgestaan. Zij heeft er ook geen probleem mee dat de woning wordt verkocht via makelaarskantoor [makelaarsbedrijf]. Het gerecht is daarom van oordeel dat kan worden aangesloten bij het petitum van [eiser] dat rekening houdend met de beslissingen in dit vonnis in het dictum als veroordeling zal worden opgenomen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Met betrekking tot de gebruiksvergoeding geldt dat ingevolge het bepaalde in artikel 3:169 BW ieder van de deelgenoten bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed. Kennelijk heeft [eiser] dat gebruik feitelijk geheel overgelaten aan [gedaagde]. Dan past het niet om nu met terugwerkende kracht betaling van een gebruiksvergoeding te vorderen. Als juist is dat hem het (mede)gebruik onmogelijk werd gemaakt had [eiser] eerder een gebruiksvergoeding van [gedaagde] kunnen vorderen. Niet voldoende gemotiveerd gesteld is dat en wanneer [eiser] daarop eerder dan in deze procedure aanspraak heeft gemaakt. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Voor de toekomst geldt dat [eiser] kennelijk vanaf de datum van het inleidend verzoek op voet van het bepaalde in artikel 3:168 lid 2 BW verzoekt een regeling omtrent het gebruik te treffen waarbij [gedaagde] een vergoeding daarvoor betaalt. Naar het oordeel van het gerecht is dat billijk. Voor de hoogte daarvan wordt aangesloten bij een redelijk rendement voor de woning, te weten 4% per jaar over de waarde van het aandeel van de verzoekende partij in de gemeenschap. In dit geval is het aandeel de helft. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Niet bestreden is dat de waarde van de woning Afl. 350.000, is zodat de gebruiksvergoeding neerkomt op 350.000/2 x4% /12 = Afl. 583,33 per maand. [eiser] vordert te bepalen dat de gebruiksvergoeding pas opeisbaar is bij verkoop van de woning en verdeling van de opbrengst. Het gerecht zal daarbij aansluiten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Ook de nevenvorderingen komen als niet voldoende gemotiveerd weersproken voor toewijzing in aanmerking. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Nu partijen ex-echtelieden zijn zullen de proceskosten in conventie worden gecompenseerd. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat  het  onroerend  goed  plaatselijk  bekend  als  [adres]  (het onroerende goed) via  het makelaarsbedrijf  [makelaarsbedrijf]  voor  een  bedrag  van  Aft.  350.000,00  verkocht  zal worden  en  dat  de  helft  van  de  opbrengst  daarvan  tussen  partijen  voor  gelijke delen  verdeeld  zal  worden, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat  de  door  partijen  eventueel  nog  verschuldigde  belastingen  die verbonden  zijn  aan  het  onroerend  goed,  tussen  partijen  voor  gelijke  delen  zullen worden  verdeeld  en,  uiterlijk  bij  de  verkoop  van  de  woning,  van  de  opbrengst daarvan  voldaan  zal  worden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt [gedaagde]  om  bij  het  eerste  verzoek  van  [eiser]  dan wel  de  makelaar daartoe,  onder verbeurte  van  een  dwangsom van Afl. 10.000, per keer dat zij aan dit bevel niet voldoet, met een maximum van Afl. 100.000,,  [eiser]  danwel  de  makelaar  en  potentiele  kopers  toegang  tot  het onroerend  goed  te  verlenen  zodat  potentiёle  kopers  dat  kunnen  bezichtigen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt [gedaagde],  onder  verbeurte  van  een    dwangsom, van Afl. 10.000, per keer dat zij aan dit bevel niet voldoet, met een maximum van Afl. 100.000,,om ,  op  het  eerste  verzoek  van  de  man  dan wel  de makelaar  daartoe,  aan  de  verkoop  en  levering  daarvan  mee  te  werken;  met bepaling dat indien  [gedaagde]  zeven  dagen  na  daartoe  schriftelijk  te  zijn aangemaand,  ondanks  dit vonnis,  haar  medewerking weigeren  c.q.  nalaten  te  verlenen  waardoor  de  verkoop  en  levering  van  het onroerend  goed  feitelijk  verhinderd  wordt  c.q.  kan  worden,  [naam deurwaarder], deurwaarder, wonende in Aruba,  gemachtigd  zal  zijn  om [gedaagde]  te  dezer  zake  te  vertegenwoordigen  en  al  datgene  dat  noodzakelijk  mocht zijn  om  de  verkoop  en  levering  van  het  onroerend  goed  aan  een  derde  te bewerkstellingen  voor  en  namens  [gedaagde]  te  doen  en/  of  ondertekenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde]  om bij  verkoop  van  de  woning,  met  medeneming  van  alle  personen  en  al  de aan  haar/  hen  in  eigendom  behorende  goederen,  het  onroerend  goed  binnen   14  dagen  na  daartoe  schriftelijk  te  zijn  aangemaand,  zal  dienen  te  ontruimen  en verlaten  met  achterlating  van  al  hetgeen  niet  haar  eigendom  is; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure,  die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiser] worden begroot op Afl. 1.250, aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>