<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-21T10:02:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1356 van 2016 / AUA201600818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-04T15:24:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:333 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-05-2018 / A.R. 1356 van 2016 / AUA201600818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Incidentele vorderingen worden afgewezen.</para>
      <para />
      <para>Formele relatie: AUA2019H00201</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 30 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1356 van 2016 / AUA201600818</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
      <para>in het incident in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar vreemd recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GALLOW CORPORATION N.V.</emphasis>
      </para>
      <para>te Curaçao, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Gallow,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar vreemd recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ARASHI INVESTMENTS LLC.</emphasis>,</para>
      <para>te Darndanelle (Verenigde Staten van Amerika), </para>
      <para>hierna ook te noemen: Arashi,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.B.A. Coffie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de het tussenvonnis in het incident van 13 december 2017;</para>
    <para>- de akte in het incident van Gallow;</para>
    <para>- de contra-akte in het incident van Arashi.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis in het incident.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het tussenvonnis in het incident heeft het gerecht Gallow in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verweer van Arashi dat zij een “limited liabilty” vennootschap naar het recht van de staat Arkansas is en niet over een aandelenregister beschikt om over te leggen. Ook mocht Gallow reageren op de stelling dat de “articles of organization”, die te vergelijken zijn met de statuten van oprichting, door Arashi op 24 oktober 2017 aan Arashi zijn toegezonden. Waar Gallow is ingegaan op andere punten is dat in strijd met de instructie in het tussenvonnis en daarom in strijd met de goede procesorde. Het gerecht zal die stellingen buiten beschouwing laten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Door Gallow is niet betwist dat de “articles of organization” haar op 24 oktober 2017 zijn toegezonden en dat deze stukken vergelijkbaar zijn met de statuten van oprichting van een Arubaanse vennootschap. Aan die incidentele vordering is daarom voldaan. Nu door Gallow niet gesteld is dat zij vóór 30 augustus 2017, de datum waarop het incidentele verzoek werd gedaan, heeft verzocht om toezending van een afschrift van de “articles of organization” en Arashi inmiddels aan het verzoek heeft voldaan dient het gerecht ervan uit te gaan dat Gallow dit incident nodeloos heeft opgeworpen. Dat heeft tot gevolg voor de proceskostenveroordeling. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Door Gallow wordt niet bestreden dat naar het recht van de Staat Arkansas geen register wordt bijgehouden van de aandeelhouders van Arashi. Deze incidentele vordering moet om die reden worden afgewezen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Nu de incidentele vorderingen worden afgewezen zal Gallow de proceskosten in het incident van Arashi moeten vergoeden. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
    <para>
      <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>In de hoofdzaak is gedupliceerd door Island Homes N.V. en EAB Holdings Inc. op 25 oktober 2017. Arashi heeft eveneens gedupliceerd op 25 oktober 2017. Beide conclusies gaan vergezeld van producties. Niet gebleken is dat Gallow heeft afgezien van akte houdende uitlating producties zodat de zaak daarvoor naar de rol zal worden verwezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Gallow in de kosten van dit incident, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Arashi worden begroot op Afl. 9.000, aan salaris van de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordeling in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 27 juni 2018 voor uitlating producties zijdens Gallow <emphasis role="bold">peremptoir</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 30 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>