<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-30T16:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2142 van 2017/AUA201702623</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:299">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-30T15:34:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:299 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-05-2018 / A.R. 2142 van 2017/AUA201702623</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:299:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Huwelijksgoederengemeenschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:299:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 16 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2142 van 2017/AUA201702623</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[eiseres]</emphasis>
        <emphasis role="bold">, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>EISERES, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 28 februari 2018;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Op 14 januari 2013 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De beschikking is op 3 juli 2013 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De huwelijkse goederen gemeenschap is tot op heden niet verdeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Tot de onverdeelde boedel behoren de volgende onroerende goederen:</para>
      <para>- een onroerende zaak gelegen te [adres 1];</para>
      <para>- een onroerende zaak gelegen te [adres 2].</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>eiseres] vordert samengevat – uitvoerbaar bij voorraad – verdeling van de gemeenschap in die zin dat de onroerende zaak te [adres 2] wordt verkocht voor een bij uw Gerecht bekende taxateurs te bepalen marktwaarde, en indien na verloop van zes maanden het pand nog niet zal zijn verkocht, het pand alsdan tegenover een notaris te laten veilen en de opbrengst, na aftrek van de aan de onroerende zaak verbonden lasten, tussen partijen in gelijke delen te verdelen, subsidiair medewerking aan de verkoop van de woning met nevenvorderingen, met veroordeling van partijen tot vergoeding van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>eiseres] grondt de vordering erop dat de huwelijksgemeenschap nog dient te worden verdeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>gedaagde] voert geen inhoudelijk verweer. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1 [</nr>
      <para>gedaagde] erkent dat de huwelijksgemeenschap dient te worden verdeeld. Ter comparitie heeft [gedaagde] te kennen gegeven dat de huwelijksgemeenschap thans bestaat uit twee woningen, namelijk een woning gelegen te [adres 1] en een woning gelegen te [adres 2].  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Partijen zijn ter comparitie overeengekomen dat de woning gelegen te [adres 1] wordt toebedeeld aan [eiseres]. Tevens zullen de kosten verband houdend met de uitvoering van deze toebedeling door [eiseres] worden gedragen. De woning gelegen te [adres 2] wordt toebedeeld aan [gedaagde]. Voorts zijn partijen overeengekomen dat de broers van [gedaagde], die in de woning gelegen te [adres 1] verblijven, een termijn van 6 maanden zullen worden gegund om voornoemde woning te verlaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Nu partijen ex-echtelieden zijn zullen de proceskosten worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de verdeling van de tussen partijen bestaande onroerende goederen vast als beslist in rechtsoverweging nummer 4.2,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 16 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>