<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T11:51:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. - AUA201800724</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T11:50:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:276 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-05-2018 / E.J. - AUA201800724</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeid. Ontbinding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 8 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij E.J. - AUA201800724</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CALABAS HOTELS N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Calabas,	</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.R. Zeppenfeldt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verweerder],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerder],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak gehouden ter terechtzitting van 17 april 2018.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Uit die aantekeningen blijkt dat Calabas ter zitting is verschenen bij haar gemachtigde, voor wie mr. L.J. Pieters heeft geoccupeerd. [verweerder] is verschenen samen met zijn gemachtigde. [verweerder] heeft gebruik gemaakt van de aan hem geboden gelegenheid om bij wijze van antwoord te reageren op het verzoekschrift, en dat onder overlegging van een pleitnota. Daarop heeft Calabas gerepliceerd, eveneens onder overlegging van een pleitnota. Tot slot heeft [verweerder] gedupliceerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Calabas verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn ontbindt op grond van de in het verzoekschrift omschreven gewichtige redenen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>verweerder] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door Calabas verzochte, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Vast staat tussen partijen onder meer het volgende. Calabas exploiteert het RIU Palace Aruba hotel. Krachtens een daartoe tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is de thans 43-jarige [verweerder] op 5 april 2014 in loondienst getreden van Calabas in de functie van “<emphasis role="italic">First Cook</emphasis>”, tegen een laatstelijk genoten gemiddeld maandloon (inclusief “<emphasis role="italic">points</emphasis>”) van (bij benadering) Afl. 3.836,--. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Als grond voor de door haar verzochte ontbinding stelt Calabas dat partijen geen vertrouwen meer hebben in elkaar, en dat daardoor geen sprake meer kan zijn van een vruchtbare samenwerking. Die stelling heeft [verweerder] (die zelf stelt dat er problemen zijn tussen partijen, die volgens hem oplosbaar zijn) naar het oordeel van het Gerecht onvoldoende (onderbouwd) bestreden. Dit klemt temeer omdat partijen elkaar over en weer beschuldigden van het heimelijk maken van opnames van gesprekken teneinde die te gebruiken zodra dat goed uitkomt. Bedoelde vertrouwensbreuk die met zich brengt dat geen sprake meer kan zijn van een vruchtbare samenwerking tussen partijen levert grond op voor de ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht ligt de vertrouwensbreuk in de risicosfeer van Calabas, temeer omdat zij ter zitting heeft verklaard onder geen beding nog verder te willen met [verweerder]. Calabas heeft in dat verband verklaard bereid te zijn om een redelijke ontbindingsvergoeding te betalen aan [verweerder]. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, waaronder begrepen voormelde verklaringen van Calabas, de leeftijd en de duur van het dienstverband van [verweerder], alsmede zijn maandloon (doch daargelaten het antwoord op de vraag wie precies in meer of mindere mate heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de vertrouwensbreuk) komt het Gerecht een door Calabas aan [verweerder] te betalen ontbindingsvergoeding van Afl. 23.000,-- (bruto) redelijk en billijk voor. Calabas zal aldus worden veroordeeld, met dien verstande dat een eventuele door Calabas aan [verweerder] te betalen cessantia-uitkering in mindering strekt op voormeld bedrag aan billijkheidsvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De proceskosten zullen worden gecompenseerd tussen partijen, nu is daargelaten het antwoord op de vraag wie van partijen precies in meer of mindere mate heeft bijgedragen aan de totstandkoming van bedoelde vertrouwensbreuk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-ontbindt per onmiddellijk de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Calabas tot betaling aan [verweerder] van een billijkheidvergoeding ad </para>
      <para>Afl. 23.000,-- bruto;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat een eventuele door Calabas aan [verweerder] te betalen cessantia-uitkering in mindering strekt op voormeld bedrag aan billijkheidsvergoeding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>