<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T14:24:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 1551 van 2017 (AUA201701696)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:262">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:262</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-23T11:04:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:262 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 09-05-2018 / A.R. 1551 van 2017 (AUA201701696)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:262:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, ontruiming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:262:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 9 mei 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 1551 van 2017 (AUA201701696)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">FUNDACION CAS PA COMUNIDAD ARUBANO</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>EISERES, hierna ook te noemen: FCCA,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Saade,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para />
    <para>- het verzoekschrift;</para>
    <para>- de conclusie van antwoord;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 19 oktober 2017;</para>
    <para>- de producties bij brief van 4 januari 2018;</para>
    <para>- de reactie van FCCA;</para>
    <para>- de stukken van Gedaagde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 	[</nr>
      <para>Gedaagde] huurt van FCCA een woning aan de [adres] tegen een bedrag van Afl. 368,- per maand. In de betaling van de huur is een achterstand ontstaan, ten tijde van het verzoekschrift bedragend Afl. 5.746,83.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 	[</nr>
      <para>Gedaagde] heeft bij verweer melding gemaakt van gebreken aan het gehuurde. Partijen hebben vervolgens gezamenlijk een opname gedaan en de resultaten daarvan overgelegd bij brief van 4 januari 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>FCCA heeft in reactie op de opname gesteld dat de gebreken voortvloeien uit een gebrek aan schoonmaak c.q. normale zorg die door gedaagde moet worden gegeven. [Gedaagde] heeft op zijn beurt stukken overgelegd, waaronder een aangifte van een diefstal van een DVD recorder alsook een brief, waarin FCCA aankondigt rechtsmaatregelen te treffen, met daarop de krabbel van de Minister voor Ruimtelijke Ordening, Infrastructuur en Integratie van 12 augustus 2016: <emphasis role="italic">“Dir. FCCA, gaarne uw medewerking”.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt dat de huurachterstand door gedaagde niet wordt betwist en toewijsbaar is. Punt van geschil is de eveneens gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming. Die is toewijsbaar bij een achterstand van deze grootte. Het verweer van [gedaagde] dat sprake is van achterstallig onderhoud aan de zijde van FCCA is ongegrond, nu dat uit het gezamenlijke onderzoek niet blijkt en voorts door hem niet is onderbouwd. Aan de opmerking van de Minister gaat het Gerecht voorbij, nu deze nietszeggend is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De buitengerechtelijke kosten zijn in na te melden zin, overeenkomstig de door het Hof gegeven richtlijnen, toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6 	[</nr>
      <para>Gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontbindt de huurovereenkomst die tussen partijen bestaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming van het gehuurde aan de [adres] binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis, met medeneming van de zijnen en het zijne en met achterlating van hetgeen van FCCA is, onder de verplichting de sleutels aan FCCA af te geven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FCCA van een bedrag van Afl. 5.746,83, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom vanaf 25 juli 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald alsmede tot betaling van Afl. 368,- per maand voor iedere maand dat [gedaagde] het gehuurde niet heeft ontruimd, onverminderd de tussentijdse huurverhogingen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FCCA van Afl. 750,- aan buitengerechtelijke kosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van FCCA worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 222,53 aan explootkosten en Afl. 1.250,- aan salaris van de gemachtigde (2,5 pnt tarief 3);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 9 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>