<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-08T13:16:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. AUA201800653</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:252">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:252</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-08T13:16:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:252 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-05-2018 / K.G. no. AUA201800653</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:252:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Het is niet mogelijk om een niet langer bestaande (rechts)persoon in rechte te betrekken. Ten overvloede en bij wijze van dienstverlening wijst het Gerecht eisers (mede op de voet van artikel 118 Rv) op het bepaalde in artikel 3:28 BW in verbinding met 3:29 BW ter zake van waardeloze inschrijvingen. Eisers dienen in een zogeheten E.J. procedure (waarbinnen ook een voorlopige voorziening kan worden verzocht) met betrekking tot voormeld beslag het Gerecht te verzoeken om een verklaring in de zin van het eerste lid van artikel 3:29 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:252:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 2 mei 2018 </para>
    <para>Behorend bij K.G. no. AUA201800653</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.<emphasis role="bold"> [eiseres 1],</emphasis></para>
      <para>2.<emphasis role="bold"> [eiseres 2],</emphasis></para>
      <para>3. <emphasis role="bold">[eiser 3],</emphasis></para>
      <para>allen wonende in Nederland, en allen voor deze zaak gedomicilieerd in Aruba ten kantore van hun hierna genoemde in Aruba gevestigde advocaat,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. G. de Hoogd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">D.W. HOUSING DEVELOPMENT ARUBA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Housing,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift, met producties;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 6 april 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>[eisers] zijn ter zitting verschenen bij hun gemachtigde. De behoorlijk opgeroepen Housing is niet verschenen. Er is geen verstek verleend, omdat dit naar het oordeel van het Gerecht om de hierna onder 3.2 omschreven reden niet mogelijk is. [eisers] hebben ter zitting het woord gevoerd, en zij hebben gepersisteerd in hun vorderingen en hun daaraan ten gronde gelegde stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>[eisers] vorderen dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <para>a. het in opdracht van Housing op of omstreeks 4 maart 1996 door deurwaarder [naam deurwaarder[ gelegde conservatoire beslag op de woning van eiseres sub 1, gelegen in Aruba te [adres], plaatselijk bekend als Land Aruba, Eerste Afdeling, Sektie [letter], # [nummers] opheft of doet opheffen dan wel doorhaalt of doet doorhalen;</para>
      <para />
      <para>b. te dezen een andere juist voorkomende subsidiaire beslissing neemt;</para>
      <para />
      <para>c. Housing veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De niet verschenen Housing heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het door [eisers] overgelegde uittrekstel van de Kamer van Koophandel van Aruba blijkt dat Housing per 1 september 2001 is doorgehaald. Daaruit volgt naar het oordeel van het Gerecht dat Housing vanaf die datum heeft te gelden als niet langer bestaand. De stelling van [eisers], dat Housing sinds bedoelde doorhaling blijft voortbestaan als een vennootschap in liquidatie, is naar het oordeel van het Gerecht niet juist. Het gegeven dat Housing is doorgehaald in de registers van de Kamer van Koophandel brengt met zich dat sprake is van een geliquideerde vennootschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het is naar het verdere oordeel van het Gerecht rechtens niet mogelijk om een niet langer bestaande (rechts)persoon in rechte te betrekken. [eisers] zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen. Een proceskostenveroordeling kan uitblijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ten overvloede en bij wijze van dienstverlening wijst het Gerecht [eisers] (mede op de voet van artikel 118 Rv) op het bepaalde in artikel 3:28 BW in verbinding met 3:29 BW ter zake van waardeloze inschrijvingen. [eisers] dienen in een zogeheten E.J. procedure (waarbinnen ook een voorlopige voorziening kan worden verzocht) met betrekking tot voormeld beslag het Gerecht te verzoeken om een verklaring in de zin van het eerste lid van artikel 3:29 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun vorderingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 2 mei 2018.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>