<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T00:34:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 2764 van 2015 (AUA201500244)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2018/173</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-25T12:25:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:222 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 18-04-2018 / A.R. 2764 van 2015 (AUA201500244)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Verdeling nalatenschap. Moment van scheiding en deling van de nalatenschap wordt uitgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 18 april 2018</para>
    <para>Behorend bij A.R. 2764 van 2015 (AUA201500244)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[naam eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde:  advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde 1]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde 1],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[gedaagde 2]</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: advocaat mr. D.M. Canwood.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het tussenvonnis van 5 april 2017;</para>
    <para>- de aantekeningen de comparitie van partijen gehouden op 6 maart 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het Gerecht verwijst naar hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 5 april 2017. Tijdens de comparitie van partijen is gebleken dat partijen zich kunnen vinden in een waardevaststelling van het onroerend goed te [adres], Aruba (verder: de woning) op basis van de vrije marktwaarde, zijnde Afl. 141.941,-. Hiervan uitgaande is het deel dat aan [eiseres] toekomt Afl. 35.485,25.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Tijdens de comparitie van partijen is voorts aan de orde gekomen de vraag of de gevorderde scheiding en deling van het vermogen van wijlen [naam overledene] tot gevolg moet hebben dat de woning moet worden verkocht, zodat [gedaagde 1] in staat is het deel aan [eiseres] te voldoen. Zijn gezondheid is echter slecht en hij woont in de woning. [eiseres] heeft vervolgens ingestemd met het vaststellen van haar aandeel in de nalatenschap tot bovengemeld bedrag, zonder dat dit zal leiden tot een daadwerkelijke scheiding en deling van die nalatenschap - nu dat onvermijdelijk tot gevolg heeft dat [gedaagde 1] de woning moet verlaten en deze moet worden verkocht. Dit leidt ertoe dat het Gerecht het aandeel van [eiseres] zal vaststellen op Afl. 35.485,25 maar dat de scheiding en deling zal worden uitgesteld tot het moment waarop [gedaagde 1] niet langer in de woning woont (door verhuizing of overlijden), dan wel de woning door [gedaagde 1] c.q. de overige erfgenamen wordt verkocht. Ter zitting hebben partijen met deze regeling ingestemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor een kostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het aandeel van [eiseres] in de nalatenschap van [naam overledene], overleden te Aruba op 17 juli 1986 vast op Afl. 35.485,25;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het moment waarop de scheiding en deling van de nalatenschap zal plaatsvinden vast op het moment waarop [gedaagde 1] de woning, gelegen te [adres] te […], Aruba zal hebben verlaten door hetzij overlijden, dan wel verhuizing dan wel op het moment waarop de overige erfgenamen deze woning zelf te koop aanbieden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>