<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-23T10:24:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K.G. no. 2660 van 2017 / AUA201703396</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:19">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-23T10:24:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:19 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 10-01-2018 / K.G. no. 2660 van 2017 / AUA201703396</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:19:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KG, familiezaak, kinderalimentatie, partneralimentatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:19:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 10 januari 2018</para>
    <para>Behorend bij K.G. no. 2660 van 2017 / AUA201703396</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het kort geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de vrouw]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiseres, hierna ook te noemen: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.L. Emerencia,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de man]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: de man,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 30 november 2017;</para>
    <para>- de producties zijdens de vrouw, ingediend op 22 december 2017;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier van de behandeling op 27 december 2017, waar partijen het woord hebben gevoerd en waar zij op elkaars stellingen hebben gereageerd, dan wel hebben kunnen reageren. Vonnis is bepaald op heden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken alsmede op grond van de niet weersproken inhoud van de producties kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen hebben een affectieve relatie gehad van 1999 tot half 2017. De thans meerderjarige [meerderjarige] (hierna: de meerderjarige) is op [geboortedatum] 1999 in Aruba geboren. Hij is erkend door de man. De thans nog minderjarige [minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vrouw en de man. Hij is ook erkend door de man.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De man heeft zijn woning ongeveer 7 maanden geleden verlaten. De vrouw woont met de kinderen in die woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De vrouw heeft – zoals ter zitting gewijzigd – gevorderd dat het gerecht bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, zal bevelen dat:</para>
      <para>a. de man dient te gedogen dat de vrouw en de kinderen voorlopig in de woning gelegen te [adres] verblijven zonder de verplichting de man, anders dan na afspraak, daar toe te laten;</para>
      <para>b. de man de vaste woonlasten van voornoemde woning en de afbetaling op de auto van de vrouw zal blijven voldoen;</para>
      <para>c. de man het schoolgeld van de kinderen en de kosten ten aanzien van de beugelbehandeling van de minderjarige zal blijven voldoen;</para>
      <para>d. de man een bedrag van Afl. 1.500,- per maand aan partneralimentatie zal voldoen;</para>
      <para>e. de man een bedrag van Afl. 1.550,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal voldoen;</para>
      <para>kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De man heeft verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Uitsluitend gebruik woning</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het spoedeisend belang van de vrouw bij deze vordering is niet gebleken. De vordering zal reeds daarom worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Vorderingen b en c</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De man heeft onbetwist aangevoerd dat hij deze kosten reeds voldoet en zal blijven voldoen. De vrouw heeft derhalve geen belang bij deze vorderingen, zodat deze ook zullen worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Partneralimentatie</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het verzoek is gegrond op artikel 1:408b van het Burgerlijk Wetboek van Aruba. Niet is betwist dat de vrouw niet werkt en huurinkomsten ad Afl. 1.000,= per maand ontvangt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Behoefte van de vrouw</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>De man heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist (met stukken onderbouwd) aangevoerd dat hij maandelijks inkopen doet voor de vrouw en de kinderen en dat de kosten aan “voedsel” gemiddeld Afl. 1.200,- per maand bedragen. De post “voedsel” ten aanzien van de vrouw wordt gelet op het vorenstaande bepaald op Afl. 400,- per maand. De man heeft onbetwist aangevoerd dat hij degene is die voedsel voor de honden koopt en dat hij dat zal blijven doen, zodat het gerecht geen rekening zal houden met deze post. De post “benzine” wordt bepaald op Afl. 300,- per maand. Het gerecht houdt verder rekening met de onbetwiste post “Kleding/schoeisel en persoonlijke zorg” ad Afl. 250,- per maand. Gelet op het vorenstaande kan de behoefte van de vrouw worden vastgesteld op Afl. 950,- per maand. </para>
        <para>Het gerecht is, gelet op de vastgestelde behoefte van de vrouw en de huurinkomsten van de vrouw ad Afl. 1.000,= per maand, van oordeel dat de vrouw thans in redelijkheid in staat moet worden geacht om in haar levensonderhoud te voorzien. Het verzoek om partneralimentatie zal derhalve worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Kinderalimentatie meerderjarige</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Nu de vrouw geen volmacht heeft overgelegd om namens de meerderjarige in dit geding te procederen, zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering ten aanzien van kinderalimentatie voor de meerderjarige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead>
      <emphasis role="italic">Kinderalimentatie minderjarige</emphasis>
    </bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>De man heeft de - ter zitting - zijdens de vrouw gestelde hoogte van de behoefte van de minderjarige ad Afl. 1.000,- per maand niet gemotiveerd betwist. Uit het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat de man niet draagkrachtig zou zijn om de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige te dragen. Deze vordering zal, gelet op de draagkracht van de vrouw, dan ook worden toewezen. De ingangsdatum wordt bepaald op 1 januari 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Gelet op de aard van het geding zullen de proceskosten worden gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht, rechtdoende in kort geding:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van kinderalimentatie voor de meerderjarige [meerderjarige];</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de bijdrage van [de man] in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba, op Afl. 1.000,- per maand, met ingang van 1 januari 2018;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.M.D. Angela, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>