<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-17T12:27:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 2671 van 2017/AUA201703597</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-17T12:27:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:186 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-04-2018 / EJ nr. 2671 van 2017/AUA201703597</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 3 april 2018			</para>
    <para>behorend bij EJ nr. 2671 van 2017/AUA201703597.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>, </para>
      <para>kantoorhoudend in Aruba,</para>
      <para>VERZOEKER,</para>
      <para>vertegenwoordigd.								</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam minderjarige]</emphasis>, geboren op [geboortedatum] in Aruba.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>, de moeder, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam vader]</emphasis>, de vader, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam voogdes]</emphasis>, de voogdes, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam Y]</emphasis>, de voorgestelde gezinsvoogdes. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 30 november 2017,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 6 maart 2018, waaruit blijkt dat ter zitting zijn verschenen namens de Voogdijraad mevrouw [naam A] en mevrouw [naam B]. De voogdes, de moeder en de vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit de relatie tussen de vader en de moeder is [de minderjarige] op [geboortedatum] in Aruba geboren. De minderjarige is door de vader erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 15 november 2016 (EJ-1558/16) is de moeder uit het gezag ontheven en is mevrouw [naam voogdes] benoemd tot voogdes over de minderjarige.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar. Tevens wordt de plaatsing van de minderjarige in het Orthopedagogisch Centrum verzocht met benoeming van [naam Y] tot gezinsvoogdes.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter een kind onder toezicht stellen indien het zodanig opgroeit, dat het met de zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het gerecht is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn en overweegt daartoe als volgt. </para>
        <para>Uit het rapport van de Voogdijraad kan worden vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige wordt bedreigd onder de voogdij van voogdes. Er is een gebrek aan opvoedingsvaardigheden bij de voogdes en ook is er zijdens de minderjarige sprake van een negatieve en zorgwekkende gedragsontwikkeling. Door dit alles wordt de minderjarige volgens de Voogdijraad bedreigd met zedelijke en lichamelijke ondergang. De Voogdijraad acht het in het belang van de minderjarige dat er hulpverlening komt. Het gerecht maakt deze bevindingen en standpunten van de Voogdijraad tot de zijne.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de rechter het kind doen opnemen in een door hem aan te wijzen inrichting of elders dan in een inrichting indien dit in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is. Het gerecht is met de Voogdijraad van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is dat zij wordt opgenomen in het Orthopedagogisch Centrum.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum]  in Aruba, onder toezicht voor de duur van één jaar ingaande heden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt [naam Y] tot gezinsvoogdes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de plaatsing van [de minderjarige] in het Orthopedagogisch Centrum, voor de duur van één jaar ingaande heden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op dinsdag 3 april 2018 door mr. A.H.M. van de Leur, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>