<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-28T11:58:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nr. AUA 201600124</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-28T11:57:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:134 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-03-2018 / BBZ nr. AUA 201600124</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbende stelt dat de Inspecteur haar in de vragenbrief een termijn van twee weken heeft gegeven om te reageren en dat zij daarom tijdig beroep heeft ingesteld. Niet- ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding blijft achter wege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Hiervan is geen sprake zodat belanghebbende derhalve niet- ontvankelijk is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 27 maart 2018</para>
    <para>BBZ nr. AUA 201600124</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline caps">[ X ] N.V. ,</emphasis> gevestigd in Aruba,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Aruba, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 14 april 2016 een naheffingsaanslag belasting op  bedrijfsomzetten (BBO) opgelegd over het jaar 2015 voor een bedrag van Afl. 15.386. Gelijktijdig met de naheffingsaanslag is een verzuimboete (10%) opgelegd voor een bedrag van Afl. 1.538. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft hiertegen op 31 mei 2016 bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 8 juni 2016 uitspraken op bezwaar gedaan en het bezwaar afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende is op 15 augustus 2016 tegen de uitspraken op bezwaar in beroep gekomen. Ter zake van de indiening van het beroepschrift heeft belanghebbende een bedrag van Afl. 150,- aan griffierecht voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 26 januari 2017 te Oranjestad, waarbij namens de Inspecteur zijn verschenen [ A ], [ B ] en [ C ] en namens belanghebbende [ D ] en   [ E ]. De zaak is samen behandeld met de zaak van [ Z ] (AUA201600125).</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE ONTVANKELIJKHEID</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 19, lid 1 van de Algemene landsverordening belastingen (ALB) kan de belanghebbende binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar in beroep komen bij het Gerecht. De dagtekening van de uitspraak op bezwaar is 8 juni 2016. Belanghebbende heeft op 15 augustus 2016 beroep ingesteld. Hiermee is de beroepstermijn overschreden. Belanghebbende stelt dat de Inspecteur haar in de vragenbrief van 1 juni 2016 een termijn van twee weken heeft gegeven – derhalve tot 15 juni 2016 - om te reageren. Hieraan verbindt belanghebbende de conclusie dat de beroepstermijn op 15 juni 2016 is aangevangen en dat zij daarom tijdig (op 15 augustus 2016) beroep heeft ingesteld. Deze stelling vindt echter geen steun in voormelde wettelijke bepaling. Niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding blijft achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Hiervan is geen sprake. Voor zover belanghebbende betoogt dat zij op de verkeerde been is gezet door de vragenbrief kan dit haar niet baten. Immers in de uitspraak op bezwaar is vermeld dat belanghebbende binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak, beroep kan aantekenen. Het Gerecht acht gelet op het voorgaande geen gronden aanwezig om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Belanghebbende is derhalve niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,			De rechter,				</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat om de uitspraak</para>
      <para>te ondertekenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/per e-mail op …………………………… aan partijen verzonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>