<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2018:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-20T13:59:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA201702068</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2018:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-20T13:58:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2018:121 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 12-03-2018 / AUA201702068</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2018:121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De bezwaartermijn was nog niet verlopen dus indiening binnen die termijn kon van appellant worden gevergd. Het betoog van appellant dat de Directie Sociale Zaken hem verkeerd heeft ingelicht en dat hij daardoor dacht dat hij de tijd had om in bezwaar te gaan, faalt. Dit nu te meer de primaire beschikking voorzien was van een bezwaarclausule die uitdrukkelijk wijst op de mogelijkheid om binnen zes weken na dagtekening van de beschikking bezwaar te maken. Voorts zijn er geen verschoonbare redenen gegeven waarom appellant niettemin buiten de hiervoor genoemde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen de primaire beschikking. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2018:121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 12 maart 2018</para>
    <para>AUA201702068</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[appellant]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">de directeur van de Directie Sociale Zaken</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 22 december 2016 werd aan appellant met ingang van augustus 2016 bijstand toegekend voor een maandelijkse bedrag van Afl. 245,-. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking heeft appellant op 1 maart 2017 bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 17 juli 2017 heeft verweerder het bezwaar van appellant niet‑ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen heeft appellant op 23 augustus 2017 bij dit gerecht beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 13 november 2017 een verweerschrift, met producties, ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 29 januari 2017, alwaar appellant in persoon, en verweerder bij voornoemde gemachtigde zijn verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan de beschikking van 17 juli 2017 heeft verweerder ten grondslag gelegd dat appellant het op 1 maart 2017 ingediende bezwaarschrift buiten de daarvoor gestelde termijn heeft ingediend en dat zich geen redenen voordoen op grond waarvan deze termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarom is het bezwaar van appellant bij de bestreden beschikking niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Appellant betoogt dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het bezwaarschrift buiten de daarvoor gestelde termijn is ingediend. Daartoe voert hij aan dat de primaire beschikking van 22 december 2016 op 20 januari 2017 heeft ontvangen.  Na ontvangst hiervan is appellant bij de Directie Sociale Zaken langsgeweest, alwaar aan hem is verteld dat hij zes weken de tijd heeft om in bezwaar te gaan. Aan appellant is niet verteld dat de termijn van zes weken vanaf dagtekening van de beschikking begint te lopen. Appellant dacht dan ook dat hij vanaf moment van ontvangst nog zes weken had om in bezwaar te gaan, aldus appellant. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Lar, bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die, waarop de beschikking is gedagtekend.</para>
          <para>Nu de beschikking op 22 december 2016 is gedagtekend, is de termijn op die dag aangevangen en op 2 februari 2017 geëindigd. </para>
          <para>Ingevolge artikel 12, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2</nr>
        <para>Appellant heeft de bestreden beschikking op 20 januari 2017 ontvangen. Op dat tijdstip was de bezwaartermijn nog niet verlopen dus indiening binnen die termijn kon van appellant worden gevergd. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>Het betoog van appellant dat de Directie Sociale Zaken hem verkeerd heeft ingelicht en dat hij daardoor dacht dat hij tot maart 2017 de tijd had om in bezwaar te gaan, faalt. Dit nu te meer de primaire beschikking voorzien was van een bezwaarclausule die uitdrukkelijk wijst op de mogelijkheid om binnen zes weken na dagtekening van de beschikking bezwaar te maken. </para>
          <para>Voorts zijn er geen verschoonbare redenen gegeven waarom appellant niettemin buiten de hiervoor genoemde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen de primaire beschikking. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Aangezien het bezwaarschrift van appellant van 1 maart 2017 bij de bestreden beschikking van 17 juli 2017 op voormelde grond terecht niet-ontvankelijk is verklaard, is het beroep ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 12 maart 2018 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).</para>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>