<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:23:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. no. 1385 van 2017/AUA201701367</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/6443</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:956">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T16:10:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:956 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 28-11-2017 / E.J. no. 1385 van 2017/AUA201701367</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:956:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>arbeidsrecht, ontbinding arbeidsovereenkomst, verstek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:956:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 28 november 2017</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. 1385 van 2017/AUA201701367</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CALABAS HOTELS N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Calabas,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam verweerster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [verweerster],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties;</para>
        <para>-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Die behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 7 november 2017. Calabas is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, voor wie mr. E.R. Zeppenfeldt heeft geoccupeerd, die werd vergezeld door dhr. [naam X] (directeur personeelszaken bij Calabas). Hoewel deugdelijk opgeroepen is [verweerster] niet ter zitting verschenen, en zij heeft evenmin nog voor de zitting een verweerschrift gediend. Calabas heeft het woord gevoerd, mede onder overlegging van een pleitnota voorzien van toegelaten nadere producties, en heeft gepersisteerd bij/in haar stellingen en vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Calabas verzoekt dat het Gerecht bij beschikking de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst zo spoedig als mogelijk ontbindt op grond van de in het verzoekschrift omschreven gewichtige redenen, al dan niet met toekenning aan [verweerster] van een door Calabas te betalen billijkheidsvergoeding, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>verweerster] heeft geen verweer gevoerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>verweerster] heeft de in het verzoekschrift en in de pleitnota van Calabas neergelegde stellingen niet bestreden. Die stellingen komen daarom vast te staan, en rechtvaardigen de ontbinding van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst als na te melden, zonder toekenning aan [verweerster] van een door Calabas te betalen billijkheidsvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>verweerster] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Calabas, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 190,44 =) Afl. 640,44 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-ontbindt de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen met ingang van heden 28 november 2017, zonder toekenning aan [verweerster] van een door Calabas te betalen billijkheidsvergoeding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [verweerster] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Calabas, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 640,44 aan verschotten en Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 28 november 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>