<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T12:10:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ nr. 938 van 2017 / AUA201700765</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:946">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:946</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T12:10:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:946 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-12-2017 / EJ nr. 938 van 2017 / AUA201700765</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:946:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:946:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 5 december 2017				</para>
    <para>Behorend bij EJ nr. 938 van 2017 / AUA201700765	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verzoekster]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna: de moeder,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.G. Dowers-Alders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Verweerder]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, zonder bekende woon- en of verblijfplaats in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen: de man,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[minderjarige], </emphasis>de minderjarige,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VOOGDIJRAAD</emphasis>, in zijn hoedanigheid van bijzondere curator.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>Het verloop de procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift met producties, ingediend op 5 mei 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ingediend op 9 augustus 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 12 september 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde, de man in persoon en de vermoedelijke biologische vader, [vermoedelijke biologische vader], in persoon.  Namens de Voogdijraad is aanwezig mr. M. Ras-Pieternella.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uit het huwelijk tussen de moeder en de man is op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] geboren [minderjarige] (hierna: de minderjarige). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 29 augustus 2016 (EJ 834/16) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het ouderlijk gezag over onder andere de minderjarige voortaan alleen aan de moeder zal toekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <para>Het verzoek strekt tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van de man. Tevens verzoekt de moeder toestemming om kosteloos te mogen procederen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) dient in zaken van afstamming het minderjarig kind vertegenwoordigd te worden door een daartoe door het gerecht benoemde bijzondere curator. De Voogdijraad heeft zich bereid verklaard als bijzondere curator van de minderjarige op te treden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:200 leden 1 en 5 BWA kan, op de grond dat de vader niet de biologische vader van het kind is, het door huwelijk ontstane vaderschap worden ontkend. Het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning wordt door de moeder bij het gerecht ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. Deze termijn is verstreken op 26 april 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het gerecht stelt vast dat verzoekster haar verzoek niet heeft ingediend binnen de wettelijke termijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft ten aanzien van deze termijnoverschrijding aangevoerd dat zij ten behoeve van de indiening van onderhavig verzoek zij een bewijs van onvermogen heeft verzocht bij de Directie Sociale Zaken. In verband met personeelstekort was dit bewijs op 26 april 2017 gereed. Aangezien DSZ op 27 april 2017, 28 april 2017 en 1 mei 2017 dicht was heeft zij het bewijs eerst op 2 mei 2017 in ontvangst mogen nemen. </para>
        <para>De moeder voert tevens aan dat zij reeds drie jaren samenwoont met de vermoedelijke biologische vader en deze wenst de minderjarige te erkennen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 1:199a BWA bepaalt dat de in de titel 11 (Afstamming) gestelde termijnen door de rechter buiten toepassing kunnen worden gelaten voor zover toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.</para>
        <para>De Memorie van Toelichting op deze bepaling luidt - voor zover hier van belang - als volgt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…) Denkbaar is dat de termijn verstreken is, maar dat alle betrokkenen - juridische vader, moeder, verwekker, kind - wensen dat de juridische betrekkingen met de biologische en sociale realiteit in overeenstemming worden gebracht en dat ook anderszins geen gewichtige redenen daaraan in de weg staan. (…) De rechtszekerheid dient in een dergelijk geval niemand. De termijnen werken dan averechts.(…)”.</emphasis>
        </para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>In onderhavig geval wensen alle betrokkenen dat de juridische betrekkingen met de biologische en sociale realiteit in overeenstemming worden gebracht. Van gewichtige redenen die daaraan in de weg staan, is het gerecht niet gebleken. Naar het oordeel van het gerecht zal toepassing van de wettelijke termijn in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Het gerecht zal daarom gebruik maken van de in artikel 1:199a BWA gegeven bevoegdheid om de in artikel 1:200 lid 5 BWA in samenhang met artikel 27, lid 2 van de van de Landsverordening overgangsbepalingen Nieuw BW gestelde termijn, buiten toepassing te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>In casu is er geen resultaat van een DNA-onderzoek overgelegd. De ambtenaar van de burgerlijke stand en de bijzondere curator stellen zich op het standpunt dat voor de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap in voornoemde zaak geen DNA-onderzoek noodzakelijk is. Het gerecht is van oordeel dat, gezien de verklaring van de moeder in samenhang met het feit dat de moeder en de vermoedelijke biologische vader als sinds 17 maart 2015 ingeschreven staan op hetzelfde adres en dat ten tijde van de conceptie van de minderjarige zij al samenwoonden/ dat partijen gedurende de periode van verwekking en geboorte van de minderjarige niet meer op hetzelfde adres stonden ingeschreven, het genoegzaam is gebleken dat de man niet de biologische vader is van de minderjarige. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen van 26 april 2017 wordt aan de moeder toestemming verleend om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de moeder toestemming om in deze zaak kosteloos te procederen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>benoemt de Voogdijraad tot bijzondere curator van de minderjarige,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart gegrond de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap van [verweerder], geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] uit [verzoekster].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in dit gerecht, ter zitting van 5 december 2017, in aanwezigheid van de griffier. Bij ontstentenis van mr. Engelbrecht is deze beschikking getekend door m. A.J.J. van Rijen, rechter.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>