<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-05T13:58:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">377 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:936">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:936</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-05T13:57:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:936 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 30-11-2017 / 377 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:936:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezit verdovende middelen. Verdachte heeft haar woning beschikbaar gesteld voor de (tijdelijke) opslag van aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen, kennelijk bestemd voor de (groot)handel. Gevangenisstraf van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk; proeftijd twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:936:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>S T R A F V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], </para>
      <para>thans alhier gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door haar raadsman, mr. C.F.K.J. Lejuez.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. W.V. Gerretschen, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> rollen asfaltpapier en geld. Ook is teruggave gevorderd aan de verdachte van de inbeslaggenomen zwart/blauwemobiele telefoon van het merk “Blu”, de witte mobiele telefoon van het merk “Iphone”, de rode portemonnee inhoudende papieren en de blauwe portemonnee met inhoud.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd:</para>
    <para />
    <para>1. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 december 2016 tot en met 6 maart 2017 in Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne zijnde een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en IV, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend;</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(artikel 3 van de Landsverordening Verdovende Middelen) </emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>2. dat zij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 december 2016 tot en met 6 maart 2017 in Aruba, opzettelijk hennep, althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend;</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">(artikel 4 van de Landsverordening Verdovende Middelen)</emphasis>
    </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bevoegdheid van het gerecht</emphasis>
      </para>
      <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Redenen voor schorsing van de vervolging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijsbeslissingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. dat zij <emphasis role="strike-through">op een (of meer) tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 18 december 2016 tot en met 6 maart 2017 in Aruba, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne zijnde een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen <emphasis role="strike-through">of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I en IV, althans enig zout van cocaïne als vorenbedoeld heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd en/of</emphasis> in bezit heeft gehad <emphasis role="strike-through">en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>2. dat zij <emphasis role="strike-through">op een (of meer) tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 18 december 2016 tot en met 6 maart 2017 in Aruba, opzettelijk hennep, <emphasis role="strike-through">althans enige gebruikelijke bereiding waaraan de hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt</emphasis>, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen <emphasis role="strike-through">of in de Regeling aanwijzing verdovende middelen I,</emphasis> in bezit heeft gehad<emphasis role="strike-through"> en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijsmiddelen</title>
    <para>De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>Feit 1</para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,</para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2</para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C, van de Landsverordening verdovende middelen,</para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze Landsverordening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van de verdachte </title>
    <para>De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid opheffen of uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Oplegging van straf of maatregel</title>
    <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft haar woning beschikbaar gesteld voor de (tijdelijke) opslag van aanzienlijke hoeveelheden verdovende middelen, kennelijk bestemd voor de (groot)handel. Het aanwezig hebben van verdovende middelen is strafbaar, omdat deze schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het gebruik hiervan ook tot allerlei vormen van criminaliteit, overlast en andere maatschappelijke problemen leidt. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. De handel in met name cocaïne gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Verdachte heeft aldus een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het nationale drugscircuit. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten voordele van verdachte geldt dat zij nooit eerder is veroordeeld voor enig misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd niet weer aan misdrijf schuldig te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Inbeslaggenomen voorwerpen</title>
    <parablock>
      <para>A. <emphasis role="underline">Verbeurdverklaring</emphasis></para>
      <para>De in beslag genomen rollen asfaltpapier, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat degene aan wie het toebehoort bekend was met het gebruik en dat met behulp daarvan de feiten onder 1 en 2 zijn begaan, zullen verbeurd worden verklaard. Dit geldt ook voor het inbeslaggenomen geld, omdat aangenomen kan worden dat verdachte dit geld heeft verworven door of met het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>B. <emphasis role="underline">Teruggave</emphasis></para>
      <para>De teruggave zal worden gelast, van de overige onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen, aan de verdachte, nu deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:62, 1:68, 1:136 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">dertig (30) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot <emphasis role="bold">zes (6) maanden</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op <emphasis role="bold">twee (2) jaren</emphasis>, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart verbeurd</emphasis> de in rubriek 9A genoemde voorwerpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">gelast de teruggave</emphasis> aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 30 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>