<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-04T14:12:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AR no. 28 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-04T14:11:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:924 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-11-2017 / AR no. 28 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Vordering onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 22 november 2017 </para>
    <para>Behorend bij AR no. 28 van 2017</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> DTH TELEVISION &amp; COMMUNICATION N.V.</emphasis>,</para>
      <para>h.o.d.n. MIO Aruba,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>thans zonder gemachtigde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[Gedaagde 1],</title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[Gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>beiden wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. de Hoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ter rolle van 11 oktober 2017 is aan eiseres akte niet dienen (van conclusie van repliek) verleend en is vonnis bepaald op heden. Het gerecht is er ambtshalve mee bekend dat eiseres nadat de zaak voor vonnis is komen te staan in staat van faillissement is verklaard. Ingevolge artikel 26 lid juncto artikel 23 lid 1 Rv heeft dit geen schorsing van de procedure tot gevolg. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Gedaagden zijn in dienst (geweest) van eiseres.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 5 juli 2016 heeft een controle binnen het bedrijf van eiseres plaatsgevonden, waarbij werd geconstateerd dat het geld dat volgens de boeken aanwezig moest zijn, ontbrak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft gedaagden op in juli 2016 op staande voet ontslagen. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3. DE VORDERING </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Eiseres vordert, samengevat, dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van Afl. 39.757,46, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2016, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiseres legt aan haar vordering samengevat het volgende ten grondslag. Al enige tijd waren er onregelmatigheden met de contante gelden die clienten bij eiseres betaalden en eiseres vernam dat gedaagden meer uitgaven dan hetgeen van hen met hun salaris verwacht kon worden. Op 5 juli 2016 heeft eiseres gedaagden, die verantwoordelijk waren voor deze gelden en toegang tot de kluis hadden, ontboden om bij voornoemde controle aanwezig te zijn.  Gedaagden zijn niet verschenen en waren (ook nadien) onbereikbaar. De kluis was helemaal leeg. Dit terwijl er in totaal een bedrag van Afl. 39.757,46 contant op kantoor moest liggen:</para>
      <para>1. juli: Afl. 15.338,58</para>
      <para>2 juli: Afl. 13.700,15</para>
      <para>4 juli: Afl. 7.442,38</para>
      <parablock>
        <para>28/30 juni: Afl. 3.276,35 (deposit shortage)</para>
        <para>Er kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat gedaagden dit geld hebben ontvreemd althans dat zij daarbij betrokken waren c.q. verantwoordelijk voor zijn geweest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Gedaagden betwisten de vordering en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vordering, met veroordeling van eiseres in de proceskosten. Gedaagden betwisten onder meer dat zij meer uitgegeven hebben dan van hen kon worden verwacht en dat zij onbereikbaar waren. Zij stellen niets af te weten van het genoemde bedrag. Zij betwisten geld te hebben verduisterd en stellen dat er drie andere personen waren die toegang tot de kluis hadden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal in de beoordeling, voor zover nodig, nader worden ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Eiseres heeft haar vordering onvoldoende onderbouwd. Zo heeft eiseres niet toegelicht welke functie(s) en/of werkzaamheden gedaagden bij eiseres verrichtten en op welke wijze en op welke momenten zij toegang hadden tot de vermelde gelden dan wel de kluis. Ook heeft eiseres niet met stukken onderbouwd waarop het bedrag van Afl. 39.757,46 is gebaseerd en waarom gedaagden verantwoordelijk waren voor deze gelden. Zij heeft gesteld dat het bedrag volgens de boeken binnen het bedrijf moest liggen, maar zij heeft geen afschrift van deze boeken overgelegd. Zij heeft geen conclusie van repliek ingediend en niet gereageerd op het verweer van gedaagden, waaronder het verweer dat er meerdere personen toegang tot de kluis hadden. Eiseres zal dan ook niet tot bewijslevering van haar stellingen worden toegelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De conclusie uit het voorgaande is dat niet is komen vast te staan dat eiseres een vordering heeft op gedaagde. De vordering dient dan ook afgewezen te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten die aan de zijde van gedaagden zijn gevallen te dragen, welke worden begroot op  Afl. 1.250,00 aan gemachtigdensalaris (gebaseerd op 1 punt bij tarief 5 van het liquidatietarief). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>DE BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, aan de zijde van gedaagden gevallen en tot op heden begroot op Afl. 1.250,00 aan salaris voor de gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 november 2015 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Inhoudsindicatie</emphasis>
      </para>
      <para>Civiel. Vordering onvoldoende onderbouwd.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>