<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T14:12:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Aua201701348</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T14:12:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:850 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-10-2017 / Aua201701348</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bestuursrecht - Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) – verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep, voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing op het door appellante tegen de factuur gemaakte bezwaar – verklaart het beroep voor het overige niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak van 23 oktober 2017</para>
      <para>Aua201701348</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">ARUBA HOTEL ENTERPRISES N.V., </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Aruba,</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.A. Wix,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">De Minister van Infrastructuur, Ruimtelijke Ordening en Integratie</emphasis>,</para>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij brief van 30 januari 2017 heeft verweerder, appellante bericht dat de verzochte precariovergunning verleend kan worden na de betaling van een factuur (factuurdatum 16 januari  2017)  ten bedrage van Afl. 160.399 waaronder een bedrag van Afl. 160.380 aan precariokosten. De factuur is bij de brief gevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen heeft appellante op 15 februari 2017 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 4 juli 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">factuur 16 januari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor zover het beroep gericht is tegen de factuur van 16 januari 2017 waarbij precariokosten in rekening worden gebracht overweegt het gerecht dat de belastingrechter bevoegd is hierover kennis te nemen. Appellante heeft tegen de factuur ook beroep ingesteld bij de belastingrechter (zaaknummer BBZ AUA201700175). De belastingrechter heeft in die zaak op 28 augustus 2017 uitspraak gedaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">brief 30 januari 2017</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het gerecht heeft in de zaak met nummer AUA201700046 geoordeeld dat de brief van 30 januari 2017 een beschikking op het bezwaar behelst met betrekking tot de door appellante tegen de beslissing van 19 augustus 2016 gemaakte bezwaar. Tegen de beschikking van 30 januari 2017 heeft appellante ook beroep ingesteld (AUA201700082). In die zaak heeft het gerecht op 28 augustus 2017 uitspraak gedaan. Onder deze omstandigheden is het belang van het onderhavige beroep komen te ontvallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep, voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing op het door appellante tegen de factuur van 16 januari 2017 gemaakte bezwaar; </para>
    <para>- verklaart het beroep voor het overige niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing werd gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 23 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).</para>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>