<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-26T10:52:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 222 van 2016 / AUA201600884</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:837">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:837</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-06T10:16:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:837 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 25-10-2017 / A.R. 222 van 2016 / AUA201600884</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:837:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, onrechtmatig handelen, verhaalsmogelijkheden, beslagen onvoldoende.</para>
      <para />
      <para>formele relaties: AUA2017H00206 en AUA2017H00210</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:837:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 25 oktober  2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 222 van 2016 / AUA201600884</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Nederland, </para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn gemachtigde,</para>
      <para>eiser, hierna ook te noemen: [Eiser],</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.G.T.M. Kloes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.[</emphasis>
        <emphasis role="bold underline">Gedaagde sub 1] </emphasis>
        <emphasis role="bold">,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.</emphasis>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.</emphasis> De naamloze vennootschap<emphasis role="bold"> [</emphasis><emphasis role="bold underline">Gedaagde sub 3]</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Aruba,</para>
      <para>gedaagden, hierna te noemen: </para>
      <para>sub 1. : [Gedaagde sub 1]; </para>
      <para>sub 2. : [Gedaagde sub 2];</para>
      <para>sub 3. : [Gedaagde sub 3];</para>
      <para>daar waar gedaagden tezamen worden bedoeld, zullen zij [gedaagden] worden genoemd. <?linebreak?>gemachtigde: thans mr. G. de Hoogd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    <para>- het tussenvonnis van 17 mei 2017;</para>
    <para>- de aantekeningen ten behoeve van de comparitie van partijen aan de zijde van [Eiser];</para>
    <para>- de e-mail d.d. 7 juni 2017 met producties aan de zijde van [Gedaagden]  ;</para>
    <para>- de brief met producties van 8 juni 2017 aan de zijde van [Gedaagden]  ;</para>
    <para>- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen op 14 juni 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Voorop wordt gesteld dat volhard wordt bij hetgeen is overwogen en geoordeeld in het tussenvonnis van  17 mei 2017. Hierin is overwogen dat [Gedaagde sub 2] en [Gedaagde sub 1] jegens [Eiser] onrechtmatig hebben gehandeld, indien door hun toedoen het verhaal van [Eiser] op [Gedaagde sub 2] illusoir is geworden.  Dit onrechtmatig handelen bestaat uit de aandelenoverdracht op 1 januari 2008 door [Gedaagde sub 2] (60%) en [Gedaagde sub 1] (40%) in [Gedaagde sub 3]  aan […] te Belize. Over de toedracht van deze overdracht hebben [Gedaagde sub 2]  en [Gedaagde sub 1]  nimmer openheid van zaken gegeven. Voorts bestaat het onrechtmatig handelen in het storten van de opbrengst van de verkoop van [Adres nummer 1] direct in de - kort voor de verkoop door [Gedaagde sub 2]  opgerichte - pensioenstichting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij akte ten behoeve van de comparitie van partijen heeft [Eiser] inzicht verstrekt in zijn verhaalsmogelijkheden. Hieruit volgt dat [Eiser] onder meer beslag heeft gelegd op de aan [Gedaagde sub 2] toekomende onverdeelde helft van het perceel [Adres nummer 2]  voor een vordering ten belope van AWG 2.150.000,00. Volgens [Eiser] bedraagt de marktwaarde van dit onroerend goed AWG 716.000,00 of wel € 358.000,00. In het geval van vrije verkoop zou [Gedaagde sub 2]  hiervan de helft toekomen of wel € 179.000,00. Voorst stelt [Eiser] dat op dit pand nog een hypotheek rust van in totaal AWG 308.000,00 of wel </para>
        <para>€ 147.000,00. Dit heeft tot gevolg dat bij onderhandse verkoop, het beslag - aldus [Eiser] - slechts voor een klein deel doel treft. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Voorst heeft [Eiser] gesteld dat het perceel [Adres nummer 3] weer mede op naam van [Gedaagde sub 2]  staat. Blijkens een onweersproken taxatierapport blijkt de waarde van dit perceel AWG 1.325.000,00, ofwel € 662.500,00, waarvan de helft [Gedaagde sub 2]  toekomt, zijnde een bedrag ad € 331.250,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4 [</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser] stelt voorts dat, zelfs indien beide percelen [Adres nummer 2]  en [Adres nummer 3] - waarvan [Gedaagde sub 2] voor de helft mede-eigenaar is - tegen marktwaarde verkocht worden en hypotheek vrij zouden zijn, dan nog zouden de beslagen onvoldoende zijn om de vordering van [Eiser] te voldoen. Immers, het beslag treft in dit positieve geval </para>
        <para>€ 179.000 + € 331.250,00 = € 510.250,00, welk bedrag bovendien veel lager zal zijn in het geval de percelen geëxecuteerd moeten worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat [Eiser] onvoldoende verhaal kan halen op het thans nog aanwezige vermogen van [Gedaagde sub 2] . Aldus staat vast dat [Eiser] schade lijdt als gevolg van het onrechtmatige handelen van [Gedaagde sub 2]  en [Gedaagde sub 1] . Daar komt bij dat thans niet te verwachten is dat nieuwe verhaalsobjecten zullen ontstaan nu [Gedaagde sub 2] met pensioen is en geen bedrijf meer heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 17 mei 2017 is overwogen dat de schade die [Gedaagde sub 2]  lijdt ten gevolge van het onrechtmatige handelen, gelijk wordt geacht aan de waarde die [Gedaagde sub 3] op 1 januari  2008 had. Deze waarde is vastgesteld op AWG 429.505,00. Aangezien [Gedaagde sub 2] tot 1 januari 2008 voor 60% aandeelhouder was, bedraagt zijn aandeel in de waarde van [Gedaagde sub 3] 60% hiervan, derhalve AWG 257.703,00. Dit bedrag wordt dan ook toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2008 tot de dag der voldoening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7 [</nr>
      <para>Gedaagde sub 2] en [Gedaagde sub 1]  worden nu zij in het ongelijk zijn gesteld hoofdelijk in de kosten veroordeeld, gebaseerd op 5.5 punten van tarief 8 van het liquidatietarief behorende bij de toegewezen hoofdsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>de rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>veroordeelt [Gedaagde sub 2]  en [Gedaagde sub 1]  hoofdelijk, des de een betaalt, de ander is bevrijd, te betalen aan [Eiser] de somma van AWG 257.703,00 wegens onrechtmatig handelen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2008 tot de dag der voldoening; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>veroordeelt [Gedaagde sub 2]  en [Gedaagde sub 1]  hoofdelijk in kosten van de procedure, aan de zijde van [Eiser] begroot op AWG 7.500,00 griffie recht, AWG 639,63 explootkosten en AWG 16.500,00 voor salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>