<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-05T16:03:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. 467 van 2017 / AUA201700433</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:780">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-05T16:02:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:780 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-10-2017 / A.R. 467 van 2017 / AUA201700433</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:780:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>civiel recht, ontbindingsverklaring</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:780:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 4 oktober 2017</para>
    <para>Behorend bij A.R. 467 van 2017 / AUA201700433</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>EISER, hierna ook te noemen: E*,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.M.M.C. Ecury,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam gedaagde] h.o.d.n. SAKURA MOTORS</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>GEDAAGDE, hierna ook te noemen: G*,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord;</para>
      <para>- de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondeling gelaste comparitie na antwoord, gehouden op 22 augustus 2017.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>E* is toen ter zitting is verschenen samen met haar gemachtigde, voor wie mr. A.F.J. Caster heeft geoccupeerd. G* is ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>G* importeert auto’s uit Japan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen hebben op 25 maart 2015 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een auto Toyota IST van het bouwjaar 2005 (hierna: de auto), krachtens welke E* die auto heeft gekocht van G* tegen een koopprijs van Afl. 7.500,-- (hierna: de overeenkomst).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Uit de overeenkomst volgt dat G* na een eerste betaling door E* aan hem van Afl. 5.500,-- de auto binnen één maand moest leveren aan E*. Het restant bedrag van Afl. 2.000,-- zou na de levering van de auto worden betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 25 maart 2015 heeft E* het bedrag van Afl. 5.500,-- aan G* betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Bij brief van 21 november 2016 heeft E* G* ter zake van de levering van de auto in gebreke gesteld, en G* gesommeerd om de auto uiterlijk op 28 november 2016 aan E* te leveren. Levering van de auto is uitgebleven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij brief van 19 december 2016 heeft E* vervolgens de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>E* vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:</para>
      <para />
      <para>a. voor recht verklaart dat de overeenkomst is ontbonden; althans</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>b  de overeenkomst ontbindt;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>c. G* veroordeelt om aan E* te betalen het bedrag van Afl. 5.500,--;</para>
      <para />
      <para>d. G* veroordeelt om aan E* te betalen het bedrag van Afl. 750,-- ten titel van vergoeding van incassokosten;</para>
      <para />
      <para>e. G* veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>G* voert verweer strekkende tot afwijzing van de door E* verzochte vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Ter zake van de vorderingen onder a. b. en c. refereert G* aan het oordeel van het Gerecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit de hiervoor vermelde feitelijkheden volgt dat G* ter zake van zijn contractuele verplichting tot levering van de auto aan E* in verzuim is geraakt. De hiervoor onder 2.6 vermelde ontbindingsverklaring van E* treft daarom doel. Dat brengt mee dat het onder a. gevorderde zal worden toegewezen als na te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 6:271 BW bevrijdt voormelde ontbinding partijen van de daardoor getroffen verbintenissen, en is er voor partijen een verbintenis ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. E* heeft reeds het bedrag van Afl. 5.500,-- aan G* betaald. Op G* rust daarom de uit de wet voortvloeiende verbintenis om dat bedrag terug te betalen aan E*. Dat brengt mee dat het onder c. gevorderde zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Wat betreft de door G* bestreden buitengerechtelijke incassokosten wordt het volgende overwogen. E* heeft twee uitgebreide brieven aan G* gestuurd. Uit de inhoud van die brieven blijkt dat er meer werkzaamheden zijn verricht dan alleen maar werkzaamheden ter voorbereiding van de zaak. Vast komt daarom te staan dat E* ter zake van verkrijging van voldoening buiten rechte meer werkzaamheden heeft verricht dan die waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. Het is ook redelijk dat E* die werkzaamheden heeft verricht, en de hoogte van de door hem verzochte vergoeding is conform het Procesreglement. Dat brengt mee dat het onder d. gevorderde zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>G* zal als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van E*, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 198,44 =) Afl. 648,44 aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 3, ad Afl. 500,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart voor recht dat de overeenkomst op 19 december 2016 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden door E*;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* om aan E* te betalen Afl. 5.500,--, te vermeerderen met </para>
      <para>Afl. 750,-- aan vergoeding voor buiten rechte gemaakte incassokosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt G* in de kosten van de procedure, tot op heden aan de kant van E* begroot op Afl. 648,44 aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 oktober 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>