<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-09T11:19:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nrs. AUA201600007 en AUA201600008</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:77">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:77</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-09T11:18:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:77 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-02-2017 / BBZ nrs. AUA201600007 en AUA201600008</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:77:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbende heeft te laat beroep aangetekend. Het Gerecht oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar  is nu het beroep conform de rechtsmiddelverwijzing op de verminderingsbeschikking is ingediend binnen 2 maanden na dagtekening van die verminderingsbeschikking. Het bezwaar is te laat ingediend. Het abusievelijk ontvankelijk verklaren van het bezwaar door de Inspecteur is geen grond voor een gerechtvaardigd beroep op het vertrouwensbeginsel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:77:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 2 februari 2017</para>
    <para>BBZ nrs. AUA201600007 en AUA201600008</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">X</emphasis>, woonachtig in Aruba,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Aruba, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende zijn op 15 augustus 2014 over het belastingjaar 2010 aanslagen opgelegd in de inkomstenbelasting en premie AZV. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende is op 20 oktober 2014 tegen de aanslag inkomstenbelasting en op 27 maart 2015 tegen de aanslag premie AZV in bezwaar gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 15 januari 2016 uitspraken op bezwaar gedaan en  belanghebbende ontvankelijk verklaard in haar bezwaren. De aanslagen zijn gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende is op 26 april 2016 tegen de uitspraken op bezwaar in beroep gekomen. Ter zake van de indiening van het beroepschrift heeft belanghebbende een bedrag van Afl. 25,- aan griffierecht voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Op 16 september 2016 heeft belanghebbende een aanvullende motivering op het beroepschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Op 20 juli 2016 heeft de Inspecteur een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Ter zitting van 27 september 2016 te Oranjestad zijn verschenen, namens de Inspecteur, mr. A en namens belanghebbende de heren B en C, beide verbonden aan Y N.V. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>ONTVANKELIJKHEID </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Gelet op de dagtekening van de uitspraken van de Inspecteur op de bezwaren tegen de aan belanghebbende opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en de premie AZV over het belastingjaar 2010 en de datum van binnenkomst van belanghebbendes beroepschrift, is het Gerecht van oordeel dat de beroepen niet zijn ingediend binnen de termijn van twee maanden na dagtekening van de uitspraken op bezwaar (artikel 19, lid 1 van de Algemene Landsverordening Belastingen (verder: ALB)). Niet- ontvankelijkheidsverklaring blijft achterwege indien het Gerecht gronden aanwezig acht die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De Inspecteur heeft met dagtekening 29 februari 2016, naar aanleiding van de uitspraken op bezwaar, een verminderingsbeschikking opgelegd. In de rechtsmiddelenverwijziging van deze verminderingsaanslag staat vermeld dat belanghebbende binnen twee maanden een beroepschrift kan indienen. Gelet hierop mocht belanghebbende erop vertrouwen dat hij uiterlijk binnen twee maanden na 29 februari 2016 een beroepschrift kon indienen. Belanghebbende is op 26 april 2016, dus binnen die twee maanden, in beroep gekomen. Rekening houdende met het voorgaande, verklaart het Gerecht belanghebbende ontvankelijk in zijn beroepen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bezwaar</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 17, lid 1 ALB is geregeld dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bezwaarschrift kan indienen bij de Inspecteur. Ingevolge  art. 17, lid 5 ALB blijft, ten aanzien van een na het verstrijken van de in het eerste</para>
        <para>lid bedoelde termijn ingediende bezwaarschrift, niet- ontvankelijkheidsverklaring</para>
        <para>achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De bezwaren tegen de aanslagen inkomstenbelasting en de premie AZV over het belastingjaar 2010 zijn buiten de wettelijke termijn van twee maanden als bedoeld in artikel 17, lid 1 ALB ingediend. Belanghebbende heeft niet aangetoond dat hij redelijkerwijze niet in staat was de wettelijke termijn van twee maanden na de dagtekening van de aanslagen, in acht te nemen. Het Gerecht acht de overschrijding dan ook niet verschoonbaar en verklaart belanghebbende niet- ontvankelijk in zijn bezwaren. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vertrouwensbeginsel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft gesteld dat de Inspecteur de bezwaren ontvankelijk heeft verklaard en daarmee vertrouwen heeft gewekt. Het Gerecht verwerpt dit beroep op het vertrouwensbeginsel. Ze stelt daarbij voorop dat de bezwaartermijn van openbare orde is. Dat betekent dat het Gerecht de vraag of een bezwaar ontvankelijk is onafhankelijk van het standpunt van partijen moet beantwoorden. Wel kan opgewekt vertrouwen ertoe leiden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, maar dat kan alleen maar als het bestuursorgaan dat vertrouwen binnen de bezwaartermijn heeft gewekt (zie Hoge Raad, 22 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8419). Daarvan is hier geen sprake zodat het standpunt van belanghebbende faalt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2017, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,									De rechter,				</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>