<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-27T11:50:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">E.J. nr. 1367 van 2017 / AUA201701332</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:733">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:733</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-27T11:50:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:733 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-09-2017 / E.J. nr. 1367 van 2017 / AUA201701332</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:733:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>personen- en familierecht, toevertrouwing aan de Voogdijraad, schorst de moeder van het gezag over de minderjarige</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:733:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 19 september 2017</para>
    <para>behorend bij E.J. nr. 1367 van 2017 / AUA201701332</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op vordering van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HET OPENBAAR MINISTERIE</emphasis>,</para>
      <para>in Aruba,</para>
      <para>vertegenwoordigd door de officier van justitie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>om bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing aan de voogdijraad </para>
      <para>van de minderjarige:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam minderjarige]</emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] in Aruba, en</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>van wie de ouders zijn:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>, de moeder, </para>
      <para>wonende in Aruba, en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam vader]</emphasis>, de vader, </para>
      <para>wonende in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <para>- de vordering ingediend op 26 juni 2017,</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 29 augustus 2017, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y . Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw A. Emmanuel, en de ouders van de minderjarige in persoon,</para>
    <para>- de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren van 12 september 2017, alwaar zijn verschenen de officier van justitie, mr. Y . Pronk, de vertegenwoordigers van de Voogdijraad, mevrouw A. Flanders en mevrouw. S. Figaroa, en de ouders van de minderjarige in persoon.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.		</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">2. </emphasis>
      <emphasis role="bold underline">DE FEITEN</emphasis>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De minderjarige is geboren uit het huwelijk tussen de moeder en de vader. De  ouders oefenen het gezag over de minderjarige gezamenlijk uit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van dit gerecht van 4 oktober 2016 (EJ 850/2016) is bepaald dat het hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder zal zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 16 juni 2017 heeft het openbaar ministerie de minderjarige aan het gezag van de moeder onttrokken en voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van feiten die tot ontzetting of ontheffing van een ouder kunnen leiden, kan het openbaar ministerie, indien het dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, het kind aan het gezag van de ouder(s) onttrekken en alsdan voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwen. De toevertrouwing vervalt indien het openbaar ministerie niet binnen veertien dagen van de rechter haar bekrachtiging heeft gevorderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De bekrachtiging is tijdig binnen de gestelde termijn gevorderd, zodat de toevertrouwing nog van kracht is. Gelet hierop is het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:272, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) kan de rechter, indien de bekrachtiging tijdig is gevorderd, hetzij de teruggave van het kind aan zijn ouders bevelen, hetzij een van de beschikkingen geven, bedoeld in artikel 1:271 BW. Artikel 1:271 BW bepaalt dat de rechter, indien hij dat in het belang van het kind noodzakelijk acht, een ouder wiens ontzetting of ontheffing verzocht is, hangende het onderzoek geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over een of meer van zijn kinderen kan schorsen. Ingevolge het vierde lid vertrouwt de rechter het kind voorlopig toe aan de voogdijraad, indien de schorsing beide ouders betreft of een ouder die het gezag alleen uitoefent. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Uit voornoemde bepalingen vloeit voort dat de voorlopige maatregel slechts kan worden genomen indien zich een situatie voordoet die het noodzakelijk maakt dat er met spoed wordt ingegrepen in het ouderlijk gezag. Ter beoordeling ligt dan voor de vraag of in dit geval sprake is van feiten die tot ontzetting of ontheffing van (in dit geval)  de moeder kunnen leiden, en die het noodzakelijk maken dat zij voorlopig geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag over haar kind wordt geschorst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Voor zover hier van belang bepaalt artikel 1:269 BW dat de rechter, indien hij het in het belang van het kind noodzakelijk oordeelt, een ouder van het ouderlijk gezag kan ontzetten, om reden van misbruik van gezag of grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van een of meer kinderen, dan wel slecht levensgedrag. Ingevolge artikel 1:266 BW kan de rechter, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet, een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, om reden dat deze ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Uit het rapport van de voogdijraad van 10 juli 2017 is gebleken dat de moeder haar verantwoordelijkheden en verplichtingen als gezagdraagster niet naar behoren uitoefent. Tevens bestaan er vermoedens dat de minderjarige door de moeder wordt mishandeld. De voogdijraad concludeert dat er sprake is van grove emotionele verwaarlozing van de minderjarige, dat de moeder geen besef heeft van haar handelen en dat de moeder misbruik maakt van haar gezag, waardoor sprake is van grove verwaarlozing in de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Ter voorkoming van verdere grove verwaarlozing vordert het belang van de minderjarige dat zijn veiligheid gewaarborgd wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Gelet hierop en op het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat de door de wet aangegeven gronden voor de voorlopige maatregel aannemelijk zijn geworden en dat het in het belang van de minderjarige is dat de moeder voorlopig, geheel in de uitoefening van het gezag over hem wordt geschorst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>schorst de moeder in de uitoefening van het gezag over de minderjarige: </para>
      <para>[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vertrouwt de minderjarige voorlopig toe aan de voogdijraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze toevertrouwing van kracht zal blijven tot 19 december 2017, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 19 september 2017 door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>