<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2017:68</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-09T09:49:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">B.B. nr. 1875 van 2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:68">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2017:68</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-07T09:53:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2017:68 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 01-02-2017 / B.B. nr. 1875 van 2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2017:68:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, nakoming overeenkomst, in verzuim.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2017:68:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 1 februari 2017</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. 1875 van 2016</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eiser, </emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>eiser, </para>
      <para>hierna ook te noemen: Eiser,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gedaagde</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: Gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 12 oktober 2016 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De ingevolge dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 11 november 2016. Gedaagde is toen in persoon ter zitting verschenen. Hoewel aan Eiser een afschrift van het tussenvonnis (waarin de dag- en tijdbepaling van de comparitie is neergelegd) is uitgereikt, is hij zonder kennisgeving niet ter zitting verschenen. Gedaagde heeft ter zitting het woord gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Eiser vordert dat het Gerecht Gedaagde beveelt om aan Eiser te betalen </para>
        <para>Afl. 950,--, kosten rechtens.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde voert verweer strekkende tot afwijzing van het door Eiser verzochte.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde beslissingen en overwegingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de ingevolge het tussenvonnis aan hem geboden gelegenheid om ter zitting kenbaar te maken aan het Gerecht en aan Gedaagde op welk moment precies en uit hoofde waarvan precies Gedaagde ter zake van nakoming van haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in verzuim is geraakt, en Eiser heeft dat evenmin op andere wijze kenbaar gemaakt. Dat brengt mee dat de stelling van Eiser, dat die overeenkomst als door hem ontbonden heeft te gelden, grondslag mist. Bij die stand van zaken ziet het Gerecht geen grond voor toewijzing van  het door Eiser verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op nihil omdat Gedaagde in deze procedure niet werd bijgestaan door een daartoe door het Hof toegelaten professioneel optredende rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Ten overvloede heeft nog te gelden dat Gedaagde ter zitting onbestreden heeft gesteld dat de bij partijen genoegzaam bekende elektrische installatie van Eiser inmiddels op grond van de door Gedaagde in opdracht van Eiser verrichte werkzaamheden door de daartoe bevoegde instantie is goedgekeurd en is aangesloten op het netwerk van Elmar.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-wijst af het door Eiser verzochte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt Eiser in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 februari 2017 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>